Dynamisch

Kijk eerst.
Verklaar later.

Wat is fenomenologie? De betekenis van waarneming bij dier en mens

Wat is fenomenologie? De kunst om eerst goed te kijken. Deze site past die houding toe op dieren, op de mens en op het embryo in de eerste weken van zijn ontwikkeling: beschrijven wat er waar te nemen is – vorm, beweging, zintuigen en samenhang – en zo zien hoe het leven zich ontvouwt.

Ontdek de reeks
Kerkuil tussen varen, ammoniet, iris, veer en lieveheersbeestje

De methode

Een fenomenologische manier van kijken, in vier stappen.

Wilde plant met schermen, bloemen en wortels
  1. Een menselijk oog01

    Kijk

    Neem de tijd. Neem waar zonder te oordelen.

  2. Een varenblad02

    Beschrijf

    Wat is er precies te zien? Vorm, kleur, beweging, gedrag, samenhang.

  3. Een ammoniet met een constructiecirkel03

    Vergelijk

    Zoek overeenkomsten en verschillen en plaats ze in een groter geheel.

  4. Een zaadje van de paardenbloem04

    Begrijp

    Laat het verschijnsel spreken en ontdek de samenhang.

Van kiem tot dierVan ei tot kikker: vijf stadia van de ontwikkelingEenzelfde levensgang, vele gestalten.

De pagina's zijn geordend als een veldboek. Bij elke pagina staat een korte notitie: tot welke reeks ze hoort, wat er wordt waargenomen, welke vorm, welke beweging en welk zintuig op de voorgrond staan. Dat is geen versiering. Het is precies de volgorde waarin een fenomenologische waarneming verloopt.

Wat is fenomenologie precies?

Het woord komt uit het Grieks. Een phainomenon is 'wat zich vertoont', en logos betekent zoiets als leer of uitleg. Fenomenologie is dus letterlijk de leer van wat zich laat zien. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk is het dat allerminst. Wie naar een koe kijkt, ziet meestal niet de koe, maar een idee van een koe: een melkleverancier, een grazer, een dier uit de wei van vroeger. De fenomenologie vraagt om die invulling even opzij te zetten.

Wat is fenomenologie precies?
Illustratie bij: Wat is fenomenologie precies?

Als filosofische stroming werd de fenomenologie uitgewerkt door Edmund Husserl. In zijn Logische Untersuchungen (1900–1901) en later werk beschreef hij hoe het bewustzijn zich op de dingen richt en hoe je die gerichtheid zelf kunt onderzoeken. Zijn oproep 'terug naar de zaken zelf' werd het motto van een hele generatie denkers.

Een tweede wortel is ouder en ligt in het natuuronderzoek van Johann Wolfgang von Goethe. Goethe was dichter, maar hij besteedde jaren aan planten, botten en kleuren. In Versuch die Metamorphose der Pflanzen zu erklären (1790) zette hij de bladeren van een plant op een rij, van het eerste kiemblad tot de kelkbladen, en liet hij zien hoe de ene vorm in de andere overgaat. Hij noemde zijn werkwijze een zarte Empirie: een tedere, voorzichtige ervaring, die de verschijnselen zo lang laat spreken tot ze zichzelf verklaren.

Wat is fenomenologie dan in de natuurwetenschap? Kort gezegd: dezelfde feiten als de gangbare biologie, maar met een andere volgorde. Eerst het geheel, dan de delen. Eerst beschrijven, dan verklaren. Eerst vergelijken, dan ordenen.

De betekenis van fenomenologie voor het kijken naar dieren

Neem een rund en een geit. Beide zijn hoefdieren, beide herkauwen, beide dragen hoorns. Toch zijn ze heel verschillend. Het rund is zwaar, breed en rustig; het staat met vier stevige poten op de grond en besteedt een groot deel van de dag aan herkauwen. De geit is licht, nieuwsgierig en beweeglijk; ze klimt, springt en kiest haar voedsel stukje voor stukje.

De betekenis van fenomenologie wordt duidelijk zodra je zulke verschillen niet los opsomt, maar in één beeld samenbrengt. Bij het rund ligt het zwaartepunt in de spijsvertering: de grote pens, de trage stofwisseling, het brede lichaam. Bij de geit verschuift het naar de zintuigen en de beweging: de fijne lippen die precies kiezen, de poten die grip vinden op een rotswand. Kop, romp en poten vormen zo drie polen, en elk dier legt de nadruk op een eigen manier.

Die driedeling komt terug in veel pagina's over de zoogdieren. Ze is geen natuurwet, maar een hulpmiddel om te kijken. Wie haar eenmaal kent, ziet haar overal: in de lange snuit van het varken, in het gewei van het hert, in de korte kop en krachtige nek van de leeuw.

Dezelfde houding werkt bij andere diergroepen. Een reptiel kruipt dicht bij de grond, zijn huid is droog en verhoornd, en zijn temperatuur volgt die van de omgeving. Een amfibie leeft op de grens van water en land en verandert in de loop van zijn leven van vorm. Op de pagina's over reptielen en amfibieën worden die kenmerken uitgebreid beschreven, zoals ze ook in de biologieles aan bod komen.

Diergroepen en gestaltebouw

De gewervelde dieren worden op school meestal in vijf groepen verdeeld: vissen, amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren. Die indeling is hier het uitgangspunt. Binnen de zoogdieren gaat de site dieper: de hoefdieren (runderen, geiten, antilopen, giraffen, paarden en varkensachtigen), de roofdieren (hond, kat en de marterachtigen) en de knaagdieren, met de muis als bekendste voorbeeld.

De betekenis van fenomenologie voor het kijken naar dieren
Illustratie bij: De betekenis van fenomenologie voor het kijken naar dieren

Elke diergroep heeft een eigen bouwplan. Bij zoogdieren staan de poten recht onder de romp, bij reptielen staan ze zijwaarts. Zoogdieren zijn warmbloedig en hebben haar; reptielen hebben schubben en zijn afhankelijk van de zon. Amfibieën hebben een naakte, vochtige huid die meeademt. Zulke verschillen lijken klein, maar ze bepalen hoe een dier leeft, waar het kan wonen en hoe het beweegt.

In de reeksen over de hoorns en geweien en over de varkensachtigen wordt telkens één kenmerk door een hele diergroep gevolgd. Zo'n reeks laat zien dat een vorm niet toevallig is. De holle hoorn van een rund, de spiraalhoorn van een ram en het vertakte gewei van een edelhert zijn drie antwoorden op dezelfde vraag, elk passend bij een ander dier.

Vergelijken: rund en koe naast schaap en geit

Vergelijken is het belangrijkste gereedschap van deze benadering. Een kenmerk springt pas in het oog als je het naast een ander ziet. Hieronder staan twee nauw verwante groepen naast elkaar: runderen en de kleinere herkauwers schaap en geit.

KenmerkRundSchaap en geit
HoornsHolle hoorns op een benen kern, bij veel rassen zijwaarts en naar voren gebogenHolle hoorns, bij de geit vaak naar achteren gebogen, bij rammen van sommige rassen in een spiraal
TandenGeen snijtanden in de bovenkaak maar een harde tandplaat; brede maalkiezenEveneens een tandplaat boven; smallere snuit waarmee gerichter wordt gegeten
MaagVier magen met een zeer grote pensVier magen, verhoudingsgewijs kleiner; sneller verterend voedsel
PotenZwaar gebouwd, gericht op dragenLicht gebouwd; geiten zijn uitstekende klimmers

Een rund en een koe zijn trouwens hetzelfde dier: 'rund' is de naam van de soort, 'koe' is een volwassen vrouwelijk rund dat een kalf heeft gehad. Een stier is het mannelijke dier, een os een gecastreerde stier. Ook dat soort vragen komt terug op de pagina over runderen.

Waarneming in de eerste weken: het embryo

Het menselijk embryo is misschien het mooiste voorbeeld van vorm die ontstaat. In acht weken groeit één bevruchte eicel uit tot een klein wezen waarin alle organen zijn aangelegd. Wie die ontwikkeling week voor week volgt, ziet een opeenvolging van vormen: een bolletje, een schijfje, een buisje dat zich kromt, en ten slotte een gestalte met hoofd, romp en ledematen.

Week na de bevruchtingWat zich vormtLengte, ongeveer
1Klievingsdelingen, morula en blastocyste0,1–0,2 mm
2Innesteling; tweelagige kiemschijf0,1–0,2 mm
3Primitiefstreep, drie kiembladen, begin van het hart0,4–2,5 mm
4Kromming, neurale buis sluit, hart klopt1,5–6 mm
5Arm- en beenknoppen, snelle groei van het hoofd4–9 mm
6Handplaten, oogpigment8–14 mm
7Vingerstralen, de romp strekt zich13–18 mm
8Alle organen aangelegd18–31 mm

De lengtes zijn de grootste lengtes van het embryo zoals ze in de embryologie bij de Carnegie-stadia worden gebruikt; aan het eind van de achtste week is dat ongeveer 27 tot 31 millimeter. Ze tellen vanaf de bevruchting, niet vanaf de laatste menstruatie; daardoor liggen ze ongeveer twee weken 'achter' op de weken die bij een zwangerschap worden genoemd. De reeks over de embryologie begint bij de inleiding en volgt de ontwikkeling van de eicel en de zaadcel tot en met de achtste week.

Opvallend in deze reeks is hoe lang het menselijk embryo 'onaf' blijft. Waar een dierlijk embryo al vroeg de richting van zijn specialisatie laat zien – de lange snuit, de hoef, de vleugel – houdt het menselijke zijn vormen lang open. De Nederlandse anatoom Louis Bolk wees daar in Das Problem der Menschwerdung (1926) al op: veel kenmerken van de volwassen mens lijken op die van een vroeg stadium bij mensapen.

Fenomenologie van de waarneming: kijken met alle zintuigen

Waarnemen lijkt passief, maar dat is het niet. Ogen bewegen, handen tasten, het hoofd draait naar een geluid. De Franse filosoof Maurice Merleau-Ponty beschreef in Phénoménologie de la perception (1945) hoe het lichaam zelf meedenkt bij het waarnemen. Fenomenologie van de waarneming gaat over die meedenkende rol van het lichaam.

Diergroepen en gestaltebouw
Illustratie bij: Diergroepen en gestaltebouw

In de antroposofische traditie van Rudolf Steiner wordt de waarneming verdeeld over twaalf zintuigen. Naast gezicht, gehoor, reuk, smaak en tast worden onder meer een levenszin, een bewegingszin, een evenwichtszin en een warmtezin genoemd. Die indeling is geen onderdeel van de gangbare fysiologie, die van vijf klassieke zintuigen uitgaat en daarnaast onder meer het evenwichtsorgaan en de proprioceptie kent. De pagina's over de zintuigen beschrijven beide kanten: wat de biologie over het orgaan weet, en hoe de traditie het zintuig plaatst. Ze beginnen bij de inleiding over de zintuigen en gaan verder met de evenwichtszin en de reuk.

Voor wie zelf wil oefenen in waarnemen, is de fenomenologie van de waarneming heel praktisch. Kijk een minuut naar een blad. Beschrijf alleen wat je ziet: de rand, de nerven, de kleur aan de voor- en achterkant. Merk op hoe vaak een woord als 'gewoon' of 'normaal' zich opdringt. Die woorden zijn het moment waarop je ophoudt met kijken.

Van waarneming naar begrip

Een fenomenologische beschrijving eindigt niet bij een lijst kenmerken. Het doel is een beeld waarin de kenmerken met elkaar samenhangen. Bij de kat zijn dat de stille, verende gang, de korte snuit, de grote ogen en de intrekbare nagels: allemaal kanten van een dier dat wacht en dan in één keer toeslaat. Bij de hond zijn het de lange snuit, de uithouding en het leven in een groep. De pagina over hond en kat werkt dat uit.

Zo'n beeld is geen vervanging van de verklaring door evolutie en genetica. Het is een andere laag. Waar de evolutiebiologie vraagt hoe een kenmerk is ontstaan, vraagt de fenomenologie hoe het in het geheel van het dier past. Beide vragen zijn zinvol, en de antwoorden spreken elkaar zelden tegen. De pagina's over evolutie en over de evolutie van het paard laten zien hoe de twee lagen naast elkaar kunnen bestaan.

Wie deze site vooral voor school gebruikt, doet er goed aan bij de feiten te beginnen: de kenmerken van zoogdieren, reptielen en amfibieën, de bouw van de hoorn, de weken van het embryo. De fenomenologische blik komt dan vanzelf, als een tweede manier om hetzelfde dier te zien.

Fenomenologisch leren kijken in vier stappen

De werkwijze laat zich oefenen. In de goetheanistische traditie worden meestal vier stappen onderscheiden, en ze zijn bruikbaar voor een plant in de tuin net zo goed als voor een dier in de dierentuin.

De eerste stap is exact beschrijven. Wat is er te zien, zonder oordeel en zonder uitleg? Kleur, vorm, grootte, stand, textuur. Bij een giraffe: de hoge schouders, de aflopende rug, de lange nek met – verrassend genoeg – net als bij de meeste zoogdieren zeven halswervels. Het klinkt schools, maar deze stap kost de meeste tijd. Wie hem overslaat, beschrijft zijn verwachting in plaats van het dier.

De tweede stap is het verschijnsel in de tijd volgen. Een dier is geen standbeeld. Hoe beweegt het, hoe groeit het op, hoe verandert het in de loop van een jaar? Een hert werpt elk jaar zijn gewei af en laat een nieuw groeien; een rund houdt zijn hoorns zijn hele leven. Dat verschil in tijd zegt iets over het verschil tussen de twee vormen.

De derde stap is vergelijken. Het dier wordt naast verwanten gezet, en daarna naast dieren die er juist niet op lijken. Pas in die vergelijking wordt zichtbaar welk kenmerk bij dit dier sterker, zwakker of anders is uitgevallen. De tabel met rund, schaap en geit hierboven is een klein voorbeeld van deze stap.

De vierde stap is het beeld als geheel. Uit de beschrijving, de ontwikkeling en de vergelijking ontstaat een samenhangend beeld: waarom past juist deze hoorn bij juist dit dier? Dit is het moment waarop waarneming overgaat in begrip. In de traditie wordt het soms 'aanschouwend oordelen' genoemd, een term die op Goethe teruggaat.

Die vier stappen verklaren ook de opbouw van veel pagina's op deze site: eerst een beschrijving van bouw en leefwijze, dan de ontwikkeling of de beweging, dan de vergelijking met verwante dieren, en ten slotte een overkoepelend beeld. Het is geen vast recept. Soms begint een pagina bij een detail – de maag van een herkauwer, de snorharen van een lynx – en werkt ze van daaruit naar het geheel.

De betekenis van vorm: waarom een hoorn niet toevallig is

Een voorbeeld maakt duidelijk wat de betekenis van vorm in deze benadering is. Hoorns en geweien lijken op elkaar, maar ze zijn biologisch heel verschillend. Een hoorn bestaat uit een benen kern die met de schedel is vergroeid, met daaromheen een schede van hoorn, hetzelfde materiaal als een nagel of een hoef. Hij groeit het hele leven door en wordt niet afgeworpen. Een gewei is massief bot, groeit in enkele maanden onder een laag behaarde huid, de bast, en wordt na de bronsttijd afgeworpen. Het jaar daarop groeit een nieuw gewei, vaak met meer vertakkingen.

Vergelijken: rund en koe naast schaap en geit
Illustratie bij: Vergelijken: rund en koe naast schaap en geit

Die feiten staan in elk biologieboek. De fenomenologische vraag is wat ze betekenen voor het dier dat ze draagt. Holhoornige dieren zoals runderen, geiten en antilopen zijn vaak herkauwers met een zware spijsvertering; de hoorn lijkt in hun geval een naar buiten gebrachte voortzetting van de stofwisselingskracht, traag en blijvend. Geweidragende herten hebben een lichter, beweeglijker lichaam en een sterk seizoensritme; hun gewei komt en gaat met dat ritme mee. Het is een interpretatie, geen meetbaar gegeven. Maar ze maakt van twee losse feiten één samenhangend beeld, en dat beeld nodigt uit om verder te kijken.

Zo'n redenering is in Nederland onder meer uitgewerkt door onderzoekers rond het Louis Bolk Instituut, dat sinds 1976 onderzoek doet naar landbouw, voeding en gezondheid vanuit een brede, samenhangende blik op levende organismen. De pagina's over de hoorn- en geweidragers en over de herkauwers werken het voorbeeld verder uit.

Waar je wat vindt

De site bestaat uit zes reeksen, en elke reeks kan op zichzelf worden gelezen.

De reeks over de diergroepen behandelt de gewervelde dieren van amfibie tot mens, met de kenmerken die ook op school aan bod komen: huid, skelet, ademhaling, bloedsomloop, voortplanting. Wie een snel overzicht zoekt, begint bij de zoogdieren of de vogels.

De reeks over de zoogdieren is de uitgebreidste. Hier staan de lange vergelijkende pagina's: muis, leeuw en koe als drie uitersten, paard, varken en koe als drie hoefdieren, hond en kat als twee roofdieren met een heel verschillende levenswijze. Daarnaast zijn er pagina's over afzonderlijke families, van de marterachtigen tot de antilopen.

De reeks over de embryologie volgt de menselijke ontwikkeling van eicel en zaadcel tot het einde van de achtste week, telkens met de vraag welke vorm er ontstaat en hoe die zich verhoudt tot de ontwikkeling bij dieren.

De reeks over de zintuigen beschrijft de afzonderlijke zintuigen en de indeling in twaalf zintuigen uit de antroposofische traditie. De reeks over de evolutie gaat over de ontwikkeling van paard en dinosaurus en over de vergelijking tussen mens en chimpansee. De pagina's over methode en traditie, ten slotte, beschrijven de goetheanistische werkwijze en de oefeningen die Rudolf Steiner met die werkwijze verbond, als onderdeel van de antroposofische traditie.

Voor Engelstalige lezers is een deel van de pagina's ook in het Engels beschikbaar, waaronder de vergelijkende studies van hond en kat en van de varkensachtigen en de reeks over het embryo.

Ook op het web

Vergelijkende overzichten bestaan in veel vakgebieden, ver buiten de biologie. Een voorbeeld is dit overzicht van de beste online blackjack casino’s, dat aanbieders net als diersoorten per kenmerk naast elkaar zet.

Veelgestelde vragen

Wat is fenomenologie in eenvoudige woorden?

Fenomenologie is een manier van onderzoeken die begint bij wat je waarneemt, voordat je het verklaart. Je beschrijft eerst zo nauwkeurig mogelijk hoe iets zich laat zien en pas daarna zoek je naar samenhang.

Wat is de betekenis van het woord fenomenologie?

Het woord komt van het Griekse phainomenon, 'wat zich vertoont', en logos, 'leer' of 'uitleg'. Letterlijk is fenomenologie dus de leer van wat verschijnt.

Wie heeft de fenomenologie bedacht?

Als filosofische stroming gaat de fenomenologie terug op Edmund Husserl, die haar rond 1900 uitwerkte in de Logische Untersuchungen. De natuurwetenschappelijke kant heeft een oudere wortel bij Johann Wolfgang von Goethe.

Wat is het verschil tussen de filosofische en de natuurwetenschappelijke fenomenologie?

De filosofische fenomenologie onderzoekt hoe bewustzijn en ervaring in elkaar zitten. De natuurwetenschappelijke, of goetheanistische, fenomenologie past dezelfde houding toe op planten, dieren en het menselijk lichaam: eerst waarnemen, dan pas begrijpen.

Wat bedoelt men met fenomenologie van de waarneming?

Met fenomenologie van de waarneming bedoelt men het onderzoek naar het waarnemen zelf: wat gebeurt er als je iets ziet, hoort of aanraakt, en hoe draagt je lichaam daaraan bij. Maurice Merleau-Ponty schreef er in 1945 een bekend boek over.

Hoe kijk je fenomenologisch naar een dier?

Je begint bij de hele gestalte: hoe het dier staat, beweegt, eet en reageert. Daarna vergelijk je de delen – kop, romp en poten – met die van verwante dieren. Zo wordt zichtbaar welke kant van het lichaam bij dit dier de nadruk krijgt.

Is fenomenologie wetenschap?

De filosofische fenomenologie is een erkende tak van de filosofie. De goetheanistische benadering van de natuur is een aanvulling op de gangbare biologie, geen vervanging: ze gebruikt dezelfde feiten, maar let vooral op vorm en samenhang.

Wat heeft Goethe met fenomenologie te maken?

Goethe onderzocht planten en dieren door vormen geduldig naast elkaar te zetten, bijvoorbeeld in zijn studie over de metamorfose van planten uit 1790. Zijn houding – de verschijnselen zelf laten spreken – wordt vaak gezien als voorloper van de natuurwetenschappelijke fenomenologie.

Welke dieren worden op deze site beschreven?

De zoogdieren staan centraal: hoefdieren zoals runderen, geiten, antilopen, paarden en varkens, roofdieren zoals hond, kat en marterachtigen, en knaagdieren zoals de muis. Daarnaast zijn er pagina's over reptielen, amfibieën en vogels.

Hoe groot is een embryo na acht weken?

Aan het eind van de achtste week na de bevruchting is een menselijk embryo in zijn grootste lengte ongeveer 27 tot 31 millimeter. Daarna spreekt men van een foetus.

Wat zijn de twaalf zintuigen?

De indeling in twaalf zintuigen komt uit de antroposofie van Rudolf Steiner. Naast de bekende zintuigen noemt die traditie onder meer een levenszin, een bewegingszin en een evenwichtszin; de gangbare fysiologie spreekt van vijf klassieke zintuigen plus onder meer evenwicht en proprioceptie.

Wat betekent gestalte in de biologie?

Gestalte is de totale vorm van een organisme, zoals die als één geheel zichtbaar is. In de fenomenologische benadering is de gestalte het uitgangspunt: een orgaan wordt begrepen vanuit het geheel waarin het staat.

Waarom vergelijkt men dieren met elkaar?

Een kenmerk valt pas op als je het naast een ander ziet. De hoorn van een rund zegt meer als je hem vergelijkt met het gewei van een hert of de hoorns van een geit; daarom staan veel pagina's hier in reeksen.

Kun je deze pagina's gebruiken voor een werkstuk biologie?

Ja, de pagina's over diergroepen, zoals zoogdieren en amfibieën, behandelen de kenmerken die op school aan bod komen. Controleer voor een werkstuk altijd ook je lesboek of een tweede bron.

Wat is het verschil tussen waarnemen en verklaren?

Waarnemen is vaststellen wat er te zien, horen of voelen is. Verklaren is zoeken naar een oorzaak of mechanisme. De fenomenologie stelt het verklaren bewust even uit, zodat de waarneming niet te snel wordt ingevuld door wat je al denkt te weten.

↑