Dynamisch

Wrattenzwijn, dwergzwijn en wild zwijn: bouw, gebit en slagtanden

De varkensachtigen naast hun verwanten, de pekari’s en de nijlpaarden.

This page in English →

Varkensachtigen: drie groepen
Illustratie bij: Varkensachtigen: drie groepen

Varkensachtigen: drie groepen

Waarom heeft een wild zwijn slagtanden, en waarin verschilt het van een wrattenzwijn, een dwergzwijn of een pekari? Wie de varkensachtigen bekijkt, vindt verrassenderwijs drie groepen. Behalve de varkens en zwijnen uit de Oude Wereld zijn dat de pekari's of navelzwijnen uit de Nieuwe Wereld en de Afrikaanse nijlpaarden. Van de nijlpaarden wordt hier vooral het grote nijlpaard besproken; daarnaast bestaat het veel kleinere dwergnijlpaard.

De familie van de echte varkens omvat het wild zwijn en een reeks andere soorten. De kleinste is het dwergzwijn uit de uitlopers van de Himalaya, het grootste het reuzenboszwijn uit Centraal-Afrika. Verder horen er onder meer het Aziatische wrattenzwijn, het baardzwijn, het hertezwijn of babiroesa, het penseelzwijn en het Afrikaanse wrattenzwijn bij.

Nijlpaarden werden vroeger met varkens en pekari's in één groep ingedeeld. Erfelijk onderzoek heeft laten zien dat ze nauwer verwant zijn aan de walvissen, maar in lichaamsbouw, gebit en maag laten ze zich goed met de varkens vergelijken. Alle drie de groepen zijn evenhoevigen. Deze pagina volgt de vraag of de kenmerken die op de pagina over paard, varken en koe aan de hoefdieren zijn toegekend, ook hier terug te vinden zijn.

Het wild zwijn en zijn slagtanden

Het wild zwijn is de stamvader van het tamme varken en de bekendste varkenssoort van Europa. In Nederland leeft het vooral op de Veluwe en in delen van Limburg. Het houdt van een afwisselend landschap met bos, moeras, struikgewas en grasland, en in de omgeving moet water zijn, omdat het graag een modderbad neemt.

Zeugen leven met hun jongen en de biggen van het vorige jaar in groepen, rotten genoemd; volwassen mannetjes, de keilers, zijn buiten de paartijd vaak alleen. Wilde zwijnen zijn vooral actief in de schemering en 's nachts. De biggen zijn in hun eerste maanden gestreept.

Wat een wild zwijn onderscheidt, is het gebit. Een volwassen keiler draagt opvallende slagtanden: vergrote hoektanden in onder- en bovenkaak. De onderste groeien het hele leven door en steken als gebogen dolken uit de bek. De bovenste buigen naar boven en naar buiten. Doordat onder- en bovenste tand bij het sluiten van de bek langs elkaar schuren, blijven de onderste vlijmscherp. Met die slagtanden vechten keilers in de paartijd om de zeugen, verdedigen ze zich tegen belagers en woelen ze de grond om. Bij zeugen blijven de hoektanden veel kleiner.

Wie vraagt waarom het wild zwijn slagtanden heeft, kan dus drie antwoorden geven: om te vechten, om zich te verweren en om te wroeten. Bij de meeste varkens staan de slagtanden in dezelfde dienst, alleen de vorm verschilt van soort tot soort.

Het wrattenzwijn: hoe gevaarlijk is het?

Het Afrikaanse wrattenzwijn leeft op de savannen en in open bosland van Afrika ten zuiden van de Sahara. Het is een van de weinige varkens die overdag actief zijn. Het heeft opvallend lange poten voor een varken en graast vaak op de knieën, op de verhoornde eeltplekken van de voorpoten, om bij het korte gras te komen. 's Nachts en bij gevaar kruipt het in een hol, vaak een verlaten hol van een aardvarken, en dat doet het achteruit, zodat de kop met de slagtanden naar de ingang wijst.

De naam komt van de dikke huidknobbels tussen snuit en ogen. Het zijn geen echte wratten, maar verdikkingen die vooral bij mannetjes groot zijn en de kop beschermen wanneer ze met elkaar vechten. De bovenste slagtanden van het wrattenzwijn zijn groot en in een wijde boog naar boven gebogen, de onderste zijn korter, maar door het slijpen tegen de bovenste scherp.

Is een wrattenzwijn gevaarlijk? Meestal niet. Bij gevaar vlucht het, met de dunne staart als een antenne rechtop. Toch is het geen weerloos dier. Een moeder kan een luipaard achtervolgen dat een big heeft gepakt, en de rover ontkomt dan alleen door een boom in te vluchten en te wachten tot het zwijn weggaat. Een wrattenzwijn gevaarlijk noemen is dus alleen juist voor een dier dat in het nauw zit of zijn jongen verdedigt; dan kunnen de onderste slagtanden diepe wonden maken. Voor mensen die afstand houden, is het risico klein.

Het dwergzwijn en de andere varkens

Het dwergzwijn is het kleinste varken ter wereld, rond de 60 cm lang. Het leeft in het hoge grasland aan de voet van de Himalaya in het noordoosten van India en is zeer zeldzaam geworden. Opvallend is dat een dwergzwijn het hele jaar door nesten bouwt van gras en ander plantenmateriaal, waarin de groep slaapt. De biggen zijn gestreept, net als bij het wild zwijn.

Een chacopekari, circa 100 cm lang, 35 kg zwaar
Een chacopekari, circa 100 cm lang, 35 kg zwaar.

De varkens zijn behendige, wendbare dieren. Ze wentelen zich graag in modder en ze kunnen goed zwemmen. Kracht, aanpassingsvermogen en intelligentie zijn andere kenmerken. Voor het penseelzwijn, het wild zwijn en het baardzwijn moet er water in de omgeving zijn.

De kleinere soorten zijn agressiever dan de grotere en bijten naar tegenstanders; het penseelzwijn kan honden doden waarmee op hem wordt gejaagd. De grotere soorten vechten onderling door met de koppen tegen elkaar te duwen. Het hertezwijn of babiroesa van Sulawesi valt op door de bovenste hoektanden van de mannetjes, die door de huid van de snuit omhoog groeien en naar achteren omkrullen.

Pekari's

Pekari's komen voor in Midden- en Zuid-Amerika en het zuiden van Noord-Amerika, in droog tot vochtig tropisch bos en in droog struikland. Er worden meestal vier soorten onderscheiden. Ze leven in kuddes van verschillende grootte, die in familiegroepen zijn onderverdeeld. Een kudde heeft een territorium, waarvan het centrum met mesthopen wordt gemarkeerd. Op de rug hebben pekari's een geurklier; die gaf ze de naam navelzwijn.

Gezamenlijk zoeken de dieren een groot deel van de dag met hun wroetschijf naar voedsel in de grond. Net als varkens zoelen ze graag. Halsbandpekari's beginnen hun dag vaak met onstuimig spel en wederzijds likken, voordat ze op voedsel uitgaan. Het zijn luidruchtige dieren, en bij dreiging klapperen ze met hun tanden.

Pekari's zijn nooit gedomesticeerd; ze zijn daarvoor te fel. Wordt een groep door een rover aangevallen, dan kunnen de dieren alle kanten op stuiven, maar een volwassen dier kan ook de confrontatie aangaan en zelfs een jaguar aanvallen. Ook mensen worden soms aangevallen.

Het nijlpaard

Nijlpaarden leven voornamelijk in en rond het water, in groepen van enkele tientallen dieren. Overdag staan ze op de bodem van ondiep, niet of zwak stromend water. Zwemmen in de eigenlijke zin kunnen ze niet: ze lopen en springen over de bodem. Hun lichaam wordt deels door het water gedragen, ze verliezen warmte aan het koele water en drogen niet uit. 's Nachts verlaten ze het water om te grazen, soms kilometers ver, en voor zonsopgang zijn ze terug. Op het land kunnen ze kort verrassend snel rennen.

Langs de diep uitgesleten paden van het water naar de graasplekken liggen grote mesthopen, die door verschillende dieren worden onderhouden. Mannetjes zwaaien met hun platte staart door de mest, zodat die wijd wordt verspreid. Doordat ze ook in het water mesten, staan nijlpaarden de hele dag in hun eigen verteringsproducten. De voedselrijkdom die zo ontstaat, zorgt voor veel plankton en vis.

Ze kunnen enkele minuten onder water blijven. Vaak zijn alleen de ogen, oren en neusgaten zichtbaar. Bij gevaar gaan ze het water in, en ook paring, geboorte en zogen vinden onder water plaats.

Wanneer ze in het water staan en af en toe hun kop met luidruchtig uitblazen boven water brengen, zien ze er vreedzaam uit. Dat beeld bedriegt: nijlpaarden zijn zeer gevaarlijke dieren. De geringste verstoring kan tot een woedeuitbarsting leiden. Mannetjes vechten onderling met hun slagtanden en kunnen elkaar zware wonden toebrengen. De rangorde wordt ook vastgesteld door de bek wijd te openen, te brullen, mest te verspreiden, voorwaarts te stormen en met water te gooien.

Lichaamsbouw vergeleken

Pekari's zijn gracieuze, kleine varkensachtigen met relatief lange, slanke poten. Het lichaam is zijdelings afgeplat. De kop steekt boven de romp uit en het achterlijf is hoger dan het voorlijf. Ze zijn ongeveer 90 tot 110 cm lang en wegen 20 tot 40 kg. De neus is afgeplat tot een beweeglijke wroetschijf.

Een nijlpaard, tot 4,5 m en 3000 kg
Een nijlpaard, tot 4,5 m en 3000 kg.

Varkens zijn middelgroot en hebben een krachtig, enigszins rond lichaam, een korte hals en een grote, lange kop. De poten zijn kort en hebben vier tenen met hoeven, waarvan er twee de grond raken; de bijklauwen hangen erachter. De kop eindigt in een schotelvormige, beweeglijke neus, de wroetschijf. Bij sommige soorten zitten er wratten tussen de ogen en de slagtanden.

Volwassen nijlpaarden wegen enkele duizenden kilo's en worden tot 4,5 meter lang. Ze hebben een tonrond lichaam dat grotendeels uit buik bestaat. De romp gaat vrijwel zonder hals over in de lange, brede kop, die gedomineerd wordt door een reusachtige bek die zeer wijd open kan. De kop ligt duidelijk lager dan de romp. De poten zijn kort en plomp en hebben vier tenen.

Vacht en huid

Pekari's zijn borstelig bruin tot grijs behaard. Bijna alle varkens zijn donker en egaal gekleurd; een uitzondering is het roodbruine penseelzwijn met zijn witte oorpluimen. De biggen van het wild zwijn, het dwergzwijn, het baardzwijn en het penseelzwijn zijn gestreept, die van pekari's niet.

De huid van nijlpaarden is dik en vrijwel onbehaard. Klieren in de huid scheiden een roodachtige vloeistof af, die tegen zonnebrand beschermt en ontstekingen remt. Daarom is wel gezegd dat nijlpaarden bloed zweten.

Voedsel en spijsvertering

Pekari's zijn omnivoor. Ze eten wortels, zaden en vruchten, en af en toe insecten, wormen en kleine gewervelde dieren. Met de scherpe hoektanden snijden ze wortels door.

Varkens zoeken hun voedsel gewoonlijk in familieverband, door met de neus door de aarde te wroeten. Veel soorten eten planten, wortels, paddenstoelen, bollen en vruchten, maar ook insectenlarven, kleine gewervelde dieren, wormen en aas. Het hertezwijn en het reuzenboszwijn leven vooral van planten.

Nijlpaarden zijn planteneters. Ze eten 's nachts tientallen kilo's kort, jong gras, dat ze met plukbewegingen van hun brede lippen afgrazen van vaste graasvelden die ze steeds opnieuw bezoeken. In verhouding tot hun gewicht eten ze weinig, doordat ze efficiënt verteren en in het water weinig energie verbruiken.

De spijsvertering laat een duidelijke reeks zien. Varkens hebben een eenvoudige maag en een lang, eenvoudig darmkanaal. De maag van pekari's is groot en bestaat uit meerdere kamers: naast de eigenlijke maag een grote maagzak en twee blindzakken. Bij nijlpaarden vindt de vertering plaats in een enorme, meerkamerige maag met een voormaag met nevenzakken, een middenmaag en een korte achtermaag; een blinde darm ontbreekt. Ondanks hun meerkamerige maag zijn pekari's en nijlpaarden geen herkauwers.

Slagtanden en gebit

Het gebit maakt de verschillen het scherpst zichtbaar. Pekari's hebben korte, rechte, scherpe hoektanden die van buiten zichtbaar zijn; de bovenste wijzen naar beneden en grijpen in de onderste. De kaken bewegen meer op en neer dan malend.

Een dwergzwijn, circa 60 cm en 10 kg
Een dwergzwijn, circa 60 cm en 10 kg.

Varkens hebben een volledig gebit. Hun slagtanden zijn groot, naar boven gericht en naar opzij of naar achteren gebogen, en bij sommige soorten bijzonder lang, zoals bij het wrattenzwijn en het hertezwijn. Het wild zwijn heeft slagtanden die als een schaar tegen elkaar slijpen. Bij het penseelzwijn zijn de hoektanden niet lang, maar wel scherp.

Nijlpaarden hebben lange, stompe hoektanden die bij een geopende bek duidelijk zichtbaar zijn, en naar voren staande snijtanden. De kiezen zijn groot. Hoorns hebben geen van de varkensachtigen; het verschil tussen de wratten van het wrattenzwijn en de hoorns van herkauwers wordt besproken op de pagina over hoorns en geweien.

Zintuigen

Pekari's zien slecht; hun ogen zijn klein. Gehoor en reuk zijn goed ontwikkeld. De reukzin van varkens is buitengewoon goed, waardoor ze voedsel vinden dat diep in de bodem ligt, en ook hun gehoor is scherp. Hun ogen zijn klein, maar ze zien behoorlijk. Nijlpaarden hebben kleine ogen met dikke oogleden en kleine oren, een goed zicht en gehoor en een redelijke reuk. Van grote zintuiglijke activiteit is in hun half drijvende bestaan geen sprake.

Drie groepen in één beeld

Tussen de drie groepen bestaan duidelijke overeenkomsten. Ze kunnen allemaal agressief zijn, ze hebben een plomp gebouwd lichaam en opvallende hoektanden, en de maag is een belangrijk verteringsorgaan. Pekari's zijn de kleinste: afgeplat lichaam, lange poten, kop boven de ruglijn, korte scherpe hoektanden, alleseters die hun belager aanvallen. Nijlpaarden zijn de grootste: tonrond lichaam op korte poten, lage kop, lange stompe hoektanden, grazers. Varkens staan ertussen en zijn de veelzijdigste groep.

In de fenomenologische benadering van Schad worden de hoefdieren als geheel gezien als dieren waarin het ritmische, het hart-longsysteem, voorop staat, zoals toegelicht op de pagina muis – leeuw – koe. Binnen die benadering laten de varkensachtigen opnieuw een driedeling zien: de pekari's als zenuw-zintuigdieren, de varkens als hart-longdieren en de nijlpaarden als stofwisseling-ledematendieren. De pekari's hebben de ledematen sterker ontwikkeld, de nijlpaarden de stofwisseling, en de varkens staan daartussen.

Enkele kenmerken van varkensachtigen
kenmerkpekari'szwijnennijlpaarden
gebittanden op elkaar, scherpe hoektanden, kauwt op en neerlange tot zeer lange hoektandenlange hoektanden, grote kiezen
voedselwortels, vruchten, dierengras, wortels, dierlijkkort jong gras
spijsverteringmeerkamerige maageenvoudige maagmeerkamerige maag
zintuigengehoor (en zicht en reuk)reuk (en gehoor)weinig activiteit (zicht, gehoor, reuk)
gedragagressief, valt aanagressie en rust, gedomesticeerdrustig en agressief
jongenegaalsoms gestreeptegaal, geboren onder water
lichaamkop boven romp, achterste deel romp hogerkop in lijn met rompkop onder romp, lichte verhoging vooraan romp
indeling in deze benaderingzenuw-zintuigdierhart-longdierstofwisseling-ledematendier

Ook binnen de varkens keert de driedeling terug. Er zijn planteneters met lange poten en lange hoektanden, zoals het hertezwijn en het Afrikaanse wrattenzwijn. Er is een planteneter met een groot lijf en korte hoektanden, het reuzenboszwijn. En er zijn kleinere, felle soorten met gestreepte jongen en scherpe hoektanden, zoals het penseelzwijn en het dwergzwijn. Hoe die reeks zich verhoudt tot de andere hoefdieren, laat de vergelijking met de onevenhoevigen zien, zoals de neushoorn, die op de neus een hoorn van keratine draagt, ongeveer daar waar het wrattenzwijn zijn wratten heeft. Een wrattenzwijn dat achteruit zijn hol in schuift, laat intussen precies zien waar het varken zijn kracht heeft: in de kop, met de slagtanden naar buiten gericht.

Veelgestelde vragen

Is een wrattenzwijn gevaarlijk?

Een wrattenzwijn vlucht meestal liever dan dat het aanvalt: het rent weg met de staart rechtop en verdwijnt achteruit in een hol. In het nauw gedreven of bij het verdedigen van jongen kan het wel fel terugvechten, en de scherpe onderste slagtanden kunnen diepe wonden maken. Voor mensen die afstand houden is het dier niet gevaarlijk.

Waarom heeft een wild zwijn slagtanden?

De slagtanden van het wild zwijn zijn vergrote hoektanden. De keiler gebruikt ze in gevechten met andere mannetjes en ter verdediging, en ook bij het omwoelen van de grond. De onderste slagtanden groeien door en worden scherp gehouden doordat ze langs de bovenste slijpen.

Wat is een dwergzwijn?

Het dwergzwijn is het kleinste varken ter wereld, ongeveer 60 cm lang. Het leeft in hoog grasland aan de voet van de Himalaya in het noordoosten van India, is zeer zeldzaam en bouwt nesten van gras om in te slapen. De biggen zijn gestreept.

Wat is het verschil tussen een pekari en een varken?

Pekari's leven in Amerika, varkens van nature in Europa, Azië en Afrika. Pekari's hebben korte, rechte hoektanden die naar beneden wijzen, een meerkamerige maag en een geurklier op de rug. Varkens hebben opwaarts gebogen slagtanden en een eenvoudige maag.

Waarom heet het wrattenzwijn zo?

Het wrattenzwijn dankt zijn naam aan de dikke huidknobbels op de kop, tussen snuit en ogen. Het zijn geen echte wratten maar verdikkingen van huid en onderhuids weefsel, die bij mannetjes groter zijn en de kop beschermen bij gevechten.

Waar leeft het wild zwijn in Nederland?

In Nederland leeft het wild zwijn vooral op de Veluwe en in delen van Limburg. Het houdt van afwisselend bos met eikels en beukennootjes, vochtige plekken om te zoelen en ruige begroeiing als dekking. Het wild zwijn is de stamvader van het tamme varken.

Zijn nijlpaarden familie van varkens?

Nijlpaarden werden lange tijd samen met varkens en pekari's als varkensachtigen ingedeeld, en in bouw lijken ze er in veel opzichten op. Erfelijk onderzoek laat zien dat ze nauwer verwant zijn aan de walvissen. Alle drie de groepen zijn evenhoevigen.

Waarom wentelen varkens zich in modder?

Varkens zweten nauwelijks en koelen zich af door in modder of water te liggen. De modderlaag beschermt bovendien tegen zon en insecten. Ook pekari's zoelen graag.

Welke varkens hebben gestreepte biggen?

Gestreepte biggen komen onder meer voor bij het wild zwijn, het dwergzwijn, het baardzwijn en het penseelzwijn. De lichte lengtestrepen maken ze in de schaduwrijke begroeiing moeilijk te zien. Na enkele maanden verdwijnen de strepen.

Hoe gevaarlijk is een wild zwijn?

Een wild zwijn gaat mensen meestal uit de weg. Gevaarlijk kan een zeug worden die haar biggen verdedigt, of een aangeschoten of in het nauw gedreven dier. Wie een rotte ziet, houdt afstand en laat het dier een vluchtweg.

↑