
Varkensachtigen:
pekari’s, zwijnen en nijlpaarden
Verrassenderwijs
bestaan ook de varkensachtigen uit drie groepen. Behalve de varkens
en zwijnen uit de Oude Wereld zijn dat de pekari’s of
navelzwijnen uit de Nieuwe Wereld en de Afrikaanse
nijlpaarden (hier zal alleen het grote nijlpaard worden besproken; er
is ook een dwergnijlpaard). Naast het wilde zwijn zijn er nog 7
varkenssoorten. De kleinste is het dwergzwijn uit de Himalaya. Het
grootste is het reuzenboszwijn uit Centraal-Afrika. De overige
zwijnen zijn het Aziatische wrattenzwijn, baardzwijn, hertezwijn,
penseelzwijn en Afrikaanse wrattenzwijn.
We zullen kijken of
de criteria van de karakterisering van de hoefdieren en de
onevenhoevigen ook hier zijn terug te vinden.
Gedrag
Pekari’s
Pekari’s
(vier soorten) komen voor in droog tot vochtig tropisch woud
en droog struikland. Ze leven in kuddes van verschillende
grootte.
Iedere kudde is onderverdeeld in familiegroepen. Ze hebben een
territorium en het centrum ervan wordt gemarkeerd met mesthopen.
Gezamenlijk zoeken de dieren een groot deel van de dag met hun
wroetschijf naar
voedsel in de grond. Evenals varkens houden ze van zoelen.
Pekari's kunnen niet worden gedomesticeerd, ze zijn daarvoor te
agressief. Wanneer
een groep wordt aangevallen door een predator, kunnen de dieren alle
kanten opstuiven. Een volwassen dier kan de confrontatie
aangaan en de predator, zoals een jaguar, aanvallen. Pekari’s
kunnen mensen aanvallen en doden en bijten naar hun
tegenstanders.
Halsbandpekari’s
beginnen hun dag vaak met onstuimige spelletjes en wederzijdse
likbeurten voordat ze gaan zoeken naar voedsel. Het zijn luidruchtige
dieren.
Witlip pekari - overzicht
Pekari eet klei
Varkens
Zwijnen
(circa 10 soorten) zijn behendige, wendbare dieren. Ze wentelen zich
graag in modder en ze kunnen goed zwemmen. Andere kenmerken zijn:
kracht, aanpassingsvermogen en intelligentie. Ze komen voor in een
afwisselend landschap met bos, moerasland, struikgewas en grasland.
In de omgeving moet voor sommige soorten (penseelzwijn, wilde zwijn,
baardzwijn) ook water zijn, omdat ze graag een modderbad nemen.
Ze
leven in kleine groepen in familieverband, de beren (mannetjes) vaak
solitair. Ze zijn vooral actief in de schemering en ‘s
nachts.
De
kleinere soorten zijn agressiever dan de grotere soorten en bijten
tegenstanders. Het penseelzwijn doodt honden waarmee op hen wordt
gejaagd. Het wrattenzwijn achtervolgt een luipaard die een big heeft
gepakt, zo’n dier kan alleen ontkomen door snel in een boom
te
springen en te wachten tot het zwijn weggaat. De grotere soorten
vechten onderling door met de koppen tegen elkaar aan te
duwen.
Penseelzwijn
Babirousa
Afrikaans wrattenzwijn
Nijlpaard
Nijlpaarden
leven voornamelijk in en rond het water in groepen van 20 - 30
dieren. Ze staan overdag op de bodem van veelal zo'n 1,5 meter diep
niet of zwak stromend water. Zwemmen kunnen ze niet, ze lopen en
staan op de bodem. Hun voortbeweging in het water wordt
‘zwem-lopen’
genoemd. Hun lichaam wordt deels door het water gedragen en zo
verliezen ze warmte aan het betrekkelijk koele water. Tegelijk drogen
ze zo niet uit. 's Nachts verlaten ze het water om te grazen. Al
voordat de zon opkomt zoeken ze het water weer op. De plekken waar ze
grazen kunnen enkele kilometers vanaf het water liggen. Op het land
kunnen ze 30 km per uur lopen en over de bodem in het water 8 km per
uur.
Langs
de diep uitgesleten, jarenlang gebruikte paden van het water naar de
graasplekken bevinden zich grote hopen
mest. Bij het water kunnen die hopen 1 meter hoog en 2 meter breed
zijn. De hopen worden door verschillende dieren onderhouden. Vrouwtjes
laten de mest gewoon vallen, mannetjes zwaaien
er snel met hun staart doorheen, waardoor de mest wijd wordt
verspreid.
Ze kunnen lang onder water blijven, tot 5 minuten.
Veelal zijn alleen de ogen, oren en neusgaten zichtbaar en een stukje
van hun rug. Wanneer ze vluchten gaan
ze het water in. Ook de paring, de geboorte en het zogen van de
jongen vinden onder water plaats.
Doordat ze hun mest niet
alleen op het land laten vallen, maar ook in het water, staan ze de
gehele dag in hun eigen verteringsproducten. De daardoor ontstane
voedselrijkdom van het water zorgt voor veel plankton en daardoor
voor veel vissen en groei van bijvoorbeeld waterhyacint.
Wanneer
ze in het water staan en af en toe hun kop met het lawaaierige
uitblazen van lucht boven water verheffen, zien de dieren er
vreedzaam uit. Niets is minder bedrieglijk, nijlpaarden zijn zeer
gevaarlijke dieren. De minste verstoring kan tot een woedeuitbarsting
leiden. Ook onderling zijn er gevechten, waarbij mannetjes
elkaar met de slagtanden grote wonden kunnen toebrengen en zelfs
doden. De hiërarchie wordt echter niet alleen door vechten en
dreigen vastgesteld, maar ook door de bek wijd te openen, het
uitstoten van klanken, mest te verspreiden, voorwaartse stormlopen,
zich in het water op te heffen en te laten plonzen, door met water te
gooien en doordat de beide mannetjes naast elkaar gaan staan en hun
darmen legen. Degene, die de meeste mest produceert, is het hoogste
in rang.
Nijlpaard - overzicht
Moeder en kind onder water
Interactie in groepen
Mest verspreiden en agressief gedrag

Twee
nijlpaarden in gevecht
Penseelzwijn met gestreepte biggen
Lichaamskenmerken
Lichaamsbouw
Pekari’s
zijn gracieuze, kleine varkensachtigen met relatief lange, slanke
poten met twee hoeven. Er zijn geen bijklauwen. Het lichaam is
zijdelings afgeplat. De kop
steekt boven de romp uit en het achterste deel van het lichaam is
duidelijk hoger dan het voorste deel. Ze zijn 20 tot 40 kg zwaar, 90
tot 110 centimeter lang en hun schouderhoogte bedraagt 40 tot 60
centimeter. De neus is varkensachtig afgeplat tot een flexibele
wroetschijf en
is vleeskleurig.
Varkens
zijn middelgroot en worden gekenmerkt
door een krachtig, enigszins rond lichaam, een korte hals en een
grote, lange kop. De kleinere soorten hebben een enigszins afgeplat
lijf. De poten zijn kort en hebben vier hoeven, waarvan er op twee
wordt gelopen. De bijklauwen komen niet op de grond. De kop is gestrekt
en eindigt in een schotelvormig
afgeplatte en beweeglijke neus, de wroetschijf. Op de kop kunnen zich
tussen de ogen en de slagtanden wratten bevinden.
Volwassen nijlpaarden
wegen tussen 2500 en 3200 kg en
zijn tot 4,5 meter lang en 1,60 hoog. Ze zien eruit als een
kolossale plompe, ongevormde massa's. Ze hebben een tonrond lichaam,
dat voor een groot deel bestaat uit een buik. De romp is achter de
kop bijde schouders hoger gevormd. De romp gaat zo goed als
zonder hals
over in de lange, brede kop. De kop wordt gedomineerd door een grote,
brede
bek, die ver kan worden geopend (tot 150°). De schedel is
tamelijk
klein. De kop
bevindt zich duidelijk onder de romp. De poten zijn plomp en kort en
hebben vier tenen.
Nijlpaarden hebben
een groot percentage
mager vlees en weinig vet. Er wordt weinig voedsel opgeslagen in
vetreserves, maar het wordt voortdurend vernieuwd als
spierweefsel.

Een hertezwijn met
lange
hoektanden
Afrikaans wrattenzwijn met zijn
lange poten
Kleur
van de vacht
Pekari’s
zijn borstelig bruin tot grijs behaard. Ze hebben veelal een
borstelige, ruwe
vacht.
Bijna
alle varkens
zijn donker en egaal gekleurd. Uitzonderingen zijn het
rode penseelzwijn en het aan de onderkant witte dwerg
wild zwijn. De biggen van het wilde zwijn, het dwergzwijn, het
baardzwijn en het penseelzwijn zijn gestreept.
De huid van nijlpaarden
is 4 cm dik en onbehaard. De dikke huid vormt 25% van het
lichaamsgewicht. Op de huid zitten
klieren die een rode vloeistof, die ontstekingen remt en zonnebrand
tegengaat, afscheiden.
Voedsel
Pekari’s
zijn omnivoor en eten wortelen, zaden en vruchten, maar af en toe ook
insecten, wormen en kleine gewervelde dieren. De scherpe hoektanden
worden gebruikt om wortels door te snijden.
Varkens
foerageren gewoonlijk in familieverband. Het voedsel is veelzijdig en
wordt gevonden door met de neus door de aarde of afval te wroeten.
Veel soorten eten planten, wortels, paddestoelen, bollen, vruchten,
maar ook insectenlarven, kleine gewervelden (kikkers en muizen),
wormen en aas. Enkele grote dieren (hertezwijn en reuzenboszwijn)
zijn reine herbivoren.
Nijlpaarden
zijn
planteneters en eten
's nachts tot 50 kg kort, jong gras per dag, dat ze oogsten van een
soort gazons die ze dagelijks bezoeken. Die velden zijn soms maar 50
meter breed, maar kunnen 1 km lang zijn. Soms woelen ze met hun
slagtanden de
grond om op zoek naar wortels. Het gras oogsten ze met plukbewegingen
van de brede lippen. Wanneer een nijlpaard in het water staat,
verteert het zijn voedsel. Er zijn waarnemingen van het eten van
fruit en kadavers.
Nijlpaarden eten maar ongeveer 1 - 1,5% van hun lichaamsgewicht
(runderen,
neushoorns e.d. 2 - 2,5%) per dag. Ze hebben een efficiente vertering
en
verbruiken met hun half-drijvende bestaan in het water niet veel
energie.
Spijsverteringskanaal
De
maag van pekari’s
is
groot in relatie tot de lichaamsgrootte (17% van het gehele
darmstelsel) en bestaat uit vier kamers. Naast de echte maag (15%) is
er aan de voorkant een maagzak (45%). Ook zijn er twee blindzakken
(40%), warvan
een aan de voorkant en een meer naar achteren is gesitueerd. De dikke
darm is 30%, de dunne darm 50% en de onbelangrijke blinde darm slechts
3% van het
darmstelsel. De lengte van het
darmstelsel is
ongeveer 12 meter (12 x lichaamslengte).
Varkens
hebben een
simpele maag en een simpel maagdarmkanaal van circa 25 meter (18 x
lichaamslengte).
De vertering van nijlpaarden
vindt
plaats in een enorme complexe drie-kamerige maag, die wordt gevormd uit
een
voormaag met
twee nevenzakken, een middenmaag en een korte achtermaag (de echte
maag). Het volume is 500 liter. Het
darmstelsel is 60 meter lang, d.w.z. 15 x de lichaamslengte. De
blinde darm ontbreekt. De endeldarm is een van de simpelste en minst
volumineuze onder hoefdieren.
Gebit
Pekari’s
hebben van buitenaf zichtbare korte, scherpe hoektanden, die ze
gebruiken om wortels door te snijden. De snijtanden staan loodrecht op
elkaar (de onderste wijzen naar voren, de bovenste staan vertikaal). De
kaakbeweging is meer op en neer gaand (zoals bij knaagdieren) dan
malend, zoals
dat bij andere hoefdieren het geval is.
Varkens hebben
ook een
volledig gebit. Ze hebben grote naar boven gerichte en naar opzij of
achter gebogen slagtanden, die bij sommige soorten bijzonder lang
zijn. Bij het penseelzwijn zijn de hoektanden niet lang, maar wel
scherp. De bovenste snijtanden zijn klein en soms
gereduceerd.
Nijlpaarden hebben
tot 50 cm lange stompe
hoektanden, die als de bek openstaat duidelijk zichtbaar zijn. De
snijtanden staan naar voren en zien er dolkachtig uit en de kiezen
zijn groot.
Zintuigen
Pekari’s
zien slecht, de ogen zijn klein. Gehoor en reuk zijn goed
ontwikkeld.
De reukzin van varkens
is buitengewoon goed
ontwikkeld. Ze kunnen hierdoor diep in de bodem liggend voedsel
vinden. Het gehoor is ook goed ontwikkeld. De ogen zijn klein, maar ze
zien goed.
Nijlpaarden
hebben kleine ogen met dikke oogleden
en dikke oren. Goed zicht en gehoor, redelijke reuk. Van grote
zintuigactiviteit is in hun half-drijvende bestaan geen sprake.
Karakteristiek
Tussen
de drie groepen van de varkensachtigen bestaan er overeenkomsten en
verschillen. Ze kunnen allemaal agressief zijn, ze hebben alle een
plomp gebouwd lichaam, ze hebben alle hoektanden, de maag is het
belangrijkste verteringsorgaan en de zintuigen zijn klein.
Pekari’s
zijn de kleinste dieren. Ze hebben een afgeplat lichaam en hebben
lange poten met twee hoeven. De kop zit iets boven de ruglijn en
achteraan zijn ze wat hoger gebouwd. De hoektanden zijn kort en
scherp en de snijtanden staan op elkaar. Ze zijn omnivoor. Ze vallen
hun predator aan.
Nijlpaarden
zijn de grootste dieren. Ze
hebben een lang, tonrond lichaam met korte poten met vier tenen. De
kop zit laag. De hoektanden zijn lang en stomp, de enorme snijtanden
staan naar voren. Ze eten jong gras.
Varkens
zijn de meest veelzijdige groep die er
tussenin staat. Ze hebben een plomp lichaam met poten met twee hoeven
en twee bijhoeven. De kop zit op rughoogte. De hoektanden steken bij
sommige dieren ver uit de bek en zijn gekromd, de snijtanden staan
naar voren. Ze zijn omnivoor. De biggen van ongeveer de helft van de
soorten zijn gestreept.
Conclusie
Binnen de varkensachtigen (die binnen de hoefdieren
als de hart-longdieren zijn gekenschetst) zijn:
- De
pekari’s de
zenuw-zintuigdieren (klein, scherpe hoektanden, snijtanden op
elkaar).
- De varkens de
hart-longdieren (gestreepte jongen, lange, gekromde hoektanden).
- De nijlpaarden de
stofwisseling-ledematendieren (tonrond, groot lichaam, stompe
hoektanden, eet gras).
De
pekari’s
hebben de ledematen meer ontwikkeld (relatief lang, twee hoeven) en
de nijlpaarden de stofwisseling (driekamerige maag). De varkens staan
daar tussen.
Binnen de
varkens zijn er herbivore dieren met
lange poten en lange hoektanden (hertezwijn, Afrikaans wrattenzwijn),
herbivore dieren met een groot lijf en korte hoektanden
(reuzenboszwijn) en kleinere agressieve dieren met gestreepte jongen en
scherpe hoektanden (penseelzwijn, dwergzwijn).
| kenmerk |
pekari’s |
zwijnen |
nijlpaarden |
| gebit |
tanden
op elkaar, scherpe hoektanden, kauwt op en neer |
lange
tot zeer lange hoektanden |
lange
hoektanden, grote kiezen |
| voedsel |
wortels,
vruchten, dieren |
gras,
wortels, dierlijk |
kort jong gras
|
| spijsvertering |
vierkamerige
maag |
eenvoudige
maag |
driekamerige
maag |
| zintuigen |
gehoor
(en zicht en reuk) |
reuk
(en gehoor) |
weinig
activiteit (zicht, gehoor, reuk) |
| gedrag |
agressief,
valt aan |
agressie en rust,
gedomesticeerd |
rustig en agressief
|
| jongen |
egaal |
soms
gestreept |
egaal,
geboren onder water |
| lichaam |
kop
boven romp, achterste deel romp hoger |
kop
is lijn met romp |
kop
onder romp, lichte verhoging vooraan romp |
| conclusie |
zenuw-zintuigdier
|
hart-longdier
|
stofwisseling-ledematendier
|
Enkele kenmerken van
varkensachtigen
|
(Afbeeldingen van
varkens zijn ook te vinden op de
pagina Hoefdieren: paard - varken - koe)

Een chacopekari, circa 100 cm lang, 35 kg zwaar

Een nijlpaard, tot 4,5 m en 3000 kg

Een dwergzwijn, circa 60 cm en 10 kg

Een penseelzwijn, dat leeft bij rivieren

De kop met wratten en grote hoektanden van een Afrikaans wrattenzwijn

Halsbandpekari met drie biggen

Varkens houden van modderbaden

Nijlpaarden zij aan zij in het water

Een nijlpaard kan minutenlang onder water blijven

Twee gestreepte biggen van het Aziatisch wrattenzwijn

De meerkamerige maag van een nijlpaard
(E = slokdarm, P = twaalfvingerige darm)

Schedel van een pekari met korte, scherpe hoektanden

Schedel van een Afrikaans wrattenzwijn met grote,
gebogen hoektanden

Schedel van een hertezwijn met zeer lange hoektanden

Schedel van een nijlpaard met lange, stompe hoektanden

De staart van een nijlpaard waarmee snel door de mest wordt gezwaaid,
die dan wijd wordt verspreid

Een rustende groep pekari's

De geopende brede bek van het nijlpaard
|