Dynamisch

Embryologie: Beelden van de mens

This page in English →

Waarom embryologie de moeite waard is
Illustratie bij: Waarom embryologie de moeite waard is

Embryologie beschrijft hoe uit één enkele cel in enkele weken een wezen ontstaat met hoofd, romp, ledematen, hart, zenuwstelsel en zintuigen. Deze reeks volgt de ontwikkeling van de embryonale mens, van de eicel en de zaadcel tot het einde van de achtste week. Ze begint met de principes van de ontwikkeling van de plant en het eenvoudige dier, omdat daar de grondbewegingen van groei nog overzichtelijk te zien zijn.

Waarom embryologie de moeite waard is

Embryologie staat soms op het rooster van een opleiding voor biologisch-dynamische land- en tuinbouw. Dat lijkt op het eerste gezicht vreemd: waarom zou een landbouwopleiding zich met het menselijk embryo bezighouden? Er zijn verschillende redenen te noemen.

In de eerste plaats gaat het om de ontwikkeling van het embryo zelf. In de benadering van deze reeks wordt daaruit zichtbaar dat de mens vanaf het begin mens is, alleen in een andere verschijningsvorm dan na de geboorte. Een tweede reden ligt daar dicht bij: die blik kan eerbied wekken voor het leven in zijn vroegste vorm. Een derde reden is dat er in het embryo veel processen tegelijk plaatsvinden. Wie die gelijktijdig in het bewustzijn wil houden, oefent een beweeglijk denken. Daarbij komt als vierde reden dat de ontwikkeling een ruimtelijk proces is. Het moet driedimensionaal worden voorgesteld, en juist dat maakt het vak moeilijk en tegelijk vormend voor het denken.

Die laatste twee redenen gelden ook buiten de embryologie. Een boer of tuinder heeft voortdurend te maken met processen die tegelijk verlopen en die zich in de ruimte afspelen: een plant die kiemt, een kalf dat groeit, een bodem die leeft. Wie heeft geleerd de gelijktijdige bewegingen in een embryo te volgen, kijkt ook anders naar een akker.

Bronnen en uitgangspunt

De basis voor deze beschrijving vormt een aantal boeken van de Duitse anatoom Erich Blechschmidt en van Wilmar. Een belangrijke bron van informatie is daarnaast het werk van de Nederlandse arts en embryoloog Jaap van der Wal, die de embryologie vanuit een fenomenologische invalshoek heeft onderwezen en beschreven.

De embryonale ontwikkeling van de mens wordt hier beschreven en is in een tamelijk groot aantal tekeningen weergegeven, zodat er een beeld van die ontwikkeling kan ontstaan. Het uitgangspunt is het antroposofisch mensbeeld. In deze reeks wordt de opvatting uitgewerkt dat dit mensbeeld in de embryologie is terug te vinden; dat is een interpretatie, geen uitkomst van embryologisch onderzoek.

De beschrijving werkt niet ontleedkundig en analytisch. Ze probeert de innerlijke beweging die door de vorm heen spreekt, de samenhang en het grotere verband waar te nemen en te omschrijven. Het gaat meer om het verstaan van de taal van de vormen van levende organismen dan om het wetenschappelijk verklaren van die vormen. Dit alles om bewustzijn te wekken voor wat Goethe de "bovenzintuiglijke" kwaliteit van het leven en van de mens noemde. Hoe die manier van kijken in het algemeen werkt, staat op de pagina over de goetheanistische fenomenologie.

Twee manieren van kijken

De gangbare embryologie verklaart de vorming van organen uit celdeling, celverplaatsing, geprogrammeerde celdood en een netwerk van genen en signaalstoffen. Die verklaring is grondig onderzocht en vormt de basis van ieder handboek. Ze beantwoordt de vraag hoe een vorm tot stand komt, op het niveau van cellen en moleculen.

De fenomenologische benadering stelt een andere vraag. Ze kijkt naar het embryo als geheel en vraagt wat de vorm uitdrukt: waar groeit iets naar buiten, waar trekt iets zich terug, wat omhult en wat wordt omhuld? Blechschmidt beschreef de ontwikkeling als een samenspel van groeibewegingen, waarbij de ene weefsellaag sneller groeit dan de andere en zo plooien, instulpingen en holten ontstaan. Hij noemde dat kinetische morfologie. Van der Wal bouwde daarop voort met het begrip dynamische morfologie.

Beide manieren van kijken sluiten elkaar niet uit. De feiten over wat wanneer ontstaat zijn dezelfde. Het verschil zit in wat men als verklaring ziet en welke vragen men stelt. In deze reeks zijn de feiten ontleend aan de gangbare embryologie; de duiding van die feiten is die van een fenomenologische blik en wordt ook zo gepresenteerd.

Een overzicht van de eerste acht weken

De embryonale periode loopt van de bevruchting tot ongeveer het einde van de achtste week. In de internationale embryologie wordt die periode verdeeld in 23 Carnegie-stadia. Een embryo wordt daarbij ingedeeld naar zijn vorm en kenmerken en niet alleen naar zijn leeftijd, omdat embryo's van dezelfde leeftijd onderling kunnen verschillen. Na de achtste week spreekt men van de foetus.

Twee manieren van kijken
Illustratie bij: Twee manieren van kijken

De reeks volgt die periode stap voor stap:

  • De eicel en de zaadcellen: twee cellen die in vorm en gedrag elkaars tegenpolen zijn.
  • De bevruchting: de ontmoeting van eicel en zaadcel in de eileider.
  • De eerste week: de klievingsdelingen, de morula en de blastocyste, die in het slijmvlies van de baarmoeder innestelt.
  • De tweede week: het ontstaan van de tweebladige kiemschijf, de amnionholte en de dooierzak.
  • De derde week: de gastrulatie, waarbij de drie kiembladen ontstaan en het embryo een lengteas krijgt.
  • De vierde week: de kiemschijf plooit zich tot een lichaam; hart, neurale buis en de eerste aanleg van de zintuigen verschijnen.
  • De vijfde tot en met de achtste week: ledematen, gezicht en organen krijgen hun vorm.

Aan het einde van de achtste week is het embryo ongeveer drie centimeter lang, gemeten van kruin tot stuit. Het heeft dan een herkenbaar menselijke gestalte, met vingers, tenen, oogleden en oorschelpen. Alles wat daarna volgt is groei, rijping en verfijning van wat er al is aangelegd.

Eerst de omhulling, dan het lichaam

Een opvallend kenmerk van de vroege ontwikkeling is dat het grootste deel van wat er in de eerste weken groeit niet het latere lichaam wordt. Al in de eerste week scheidt de blastocyste zich in een buitenste cellaag, de trofoblast, en een kleine groep cellen aan de binnenkant, de embryoblast. Uit de trofoblast ontstaan het vruchtvlies aan de buitenkant en het kinddeel van de placenta. Alleen uit de embryoblast komt het embryo zelf voort, en zelfs daarvan gaat een deel op in het amnion en de dooierzak.

In de tweede week is dat verschil goed te zien. Er ontstaan holten en vliezen die veel groter zijn dan de kiemschijf, een platte schijf van twee cellagen die daartussen ligt. Het embryo zelf is dan nog nauwelijks meer dan een grensvlak tussen twee blaasjes.

Wie op deze manier kijkt, ziet een ontwikkeling die begint met het maken van een omgeving. Eerst ontstaan de omhullingen die het embryo beschermen, voeden en in verbinding brengen met de moeder; pas daarna krijgt het embryo zelf een lengteas, een voor- en achterkant en ten slotte een gestalte. In de fenomenologische benadering wordt dat gelezen als een beeld: het wezen dat zich ontwikkelt, bouwt eerst zijn ruimte en treedt daarna zelf in die ruimte naar voren. Dat is een duiding. Het feit waarop ze rust, dat de vliezen en de placenta uit dezelfde bevruchte eicel voortkomen als het embryo, staat in ieder handboek.

De kiembladen en de kleuren in de tekeningen

Een groot deel van de embryologie draait om drie cellagen die in de derde week ontstaan: de kiembladen. Het ectoderm, het buitenste blad, levert onder meer de opperhuid, haar en nagels, het zenuwstelsel en belangrijke delen van de zintuigen. Het mesoderm, het middelste blad, vormt spieren, skelet, bindweefsel, hart, bloedvaten, bloed en nieren. Uit het entoderm, het binnenste blad, ontstaan de bekleding van het darmkanaal en van de luchtwegen, en klieren als de lever en de alvleesklier.

Een overzicht van de eerste acht weken
Illustratie bij: Een overzicht van de eerste acht weken

Daarnaast speelt de allantois een rol, een kleine uitstulping van de dooierzak die bij de mens klein blijft, maar waarlangs de bloedvaten van de navelstreng zich aanleggen.

In de tekeningen worden – daar waar toepasselijk – vier kleuren gebruikt: blauw voor het ectoderm, rood voor het mesoderm, groen voor het entoderm en geel voor de allantois. Wie die kleuren kent, kan in iedere tekening volgen hoe de lagen ten opzichte van elkaar bewegen, plooien en elkaar omhullen.

Voor wie deze pagina's bedoeld zijn

De pagina's zijn geschreven voor de geïnteresseerde leek. Daarom zijn op verschillende plaatsen vereenvoudigingen aangebracht: niet elke tussenfase wordt beschreven en niet ieder weefsel krijgt zijn Latijnse naam. Wie diepgaander in de stof wil gaan, vindt in handboeken en op een informatieve website (www.embryology.ch) tekeningen en foto's. Wie meer achtergronden zoekt bij de fenomenologische benadering, kan terecht op de website van Jaap van der Wal (www.embryo.nl) en bij verschillende publicaties die op de pagina bronnen staan. De tekeningen volgen, tenzij anders aangegeven, het handboek van de Canadese anatoom K.L. Moore uit 1989 dat bij de bronnen staat.

Hoe de reeks te lezen

Een embryo verandert snel. Tussen twee opeenvolgende weken kan de vorm zo verschillen dat een tekening van de ene week nauwelijks lijkt op die van de volgende. Het helpt daarom om de pagina's in volgorde te lezen en bij elke stap terug te kijken: wat was er al, wat komt erbij, en welke laag heeft zich verplaatst?

Het helpt ook om de vormen niet alleen met het verstand te volgen, maar ze innerlijk mee te bewegen. Een plooi die zich sluit, een holte die zich opent, een laag die om een andere heen groeit: wie zich zulke bewegingen voorstelt, krijgt meer greep op het ruimtelijke verloop dan wie alleen de namen van de structuren onthoudt. Dat sluit aan bij de manier waarop elders op deze site naar de gestalte van de mens en van dieren wordt gekeken.

De eerste stap is de plant.

Veelgestelde vragen

Wat is embryologie?

Embryologie is de leer van de ontwikkeling van een organisme vanaf de bevruchte eicel tot het moment dat de lichaamsvorm in hoofdlijnen is aangelegd. Bij de mens heet die periode de embryonale periode; ze omvat de eerste acht weken na de bevruchting. Daarna spreekt men van de foetale periode.

Hoe lang duurt de embryonale periode bij de mens?

De embryonale periode loopt van de bevruchting tot ongeveer het einde van de achtste week. In die tijd worden alle orgaanstelsels aangelegd. In de foetale periode die volgt groeien en rijpen die organen verder.

Wat zijn de Carnegie-stadia?

De Carnegie-stadia zijn een internationale indeling van de embryonale periode in 23 stadia. Een embryo wordt daarbij ingedeeld op grond van zijn vorm en kenmerken, niet alleen op grond van zijn leeftijd. Stadium 1 is de bevruchte eicel, stadium 23 valt aan het einde van de achtste week.

Wat zijn de drie kiembladen?

De drie kiembladen zijn het ectoderm, het mesoderm en het entoderm. Ze ontstaan in de derde week en zijn de cellagen waaruit alle weefsels van het lichaam voortkomen. Hoe ze ontstaan beschrijft de pagina over de derde week.

Welke organen komen uit welk kiemblad voort?

Uit het ectoderm ontstaan onder meer de opperhuid en het zenuwstelsel. Het mesoderm levert spieren, skelet, bindweefsel, hart en bloedvaten en de nieren. Uit het entoderm ontstaan de bekleding van het darmkanaal en de luchtwegen en klieren als lever en alvleesklier.

Welke kleuren gebruiken de tekeningen in deze reeks?

Waar het past wordt blauw gebruikt voor het ectoderm, rood voor het mesoderm, groen voor het entoderm en geel voor de allantois. Zo is in elke tekening te volgen welk weefsel uit welk kiemblad voortkomt.

Wat is het verschil tussen een analytische en een fenomenologische benadering van het embryo?

Een analytische benadering verklaart de vormen uit cellen, genen en signaalstoffen. Een fenomenologische benadering kijkt naar de vorm als geheel en naar de beweging die in de ontwikkeling zichtbaar wordt. Ze geldt als een manier van kijken naast de wetenschappelijke verklaring, niet als vervanging ervan.

Wie was Erich Blechschmidt?

Erich Blechschmidt was een Duitse anatoom en embryoloog in Göttingen. Hij legde een grote verzameling doorsneden van menselijke embryo's aan en beschreef de ontwikkeling als een samenhang van groeibewegingen, die hij kinetische of dynamische morfologie noemde.

Waarom begint een reeks over menselijke embryologie bij de plant?

Bij de plant en bij eenvoudige dieren zijn de grondprincipes van groei, zoals uitstulpen, instulpen en omhullen, nog eenvoudig te zien. Wie die principes kent, herkent ze later in het menselijk embryo terug. Zie de pagina plant en dier.

Waar zijn meer tekeningen en foto's van embryo's te vinden?

Handboeken zoals dat van K.L. Moore bevatten veel tekeningen. Op internet biedt embryology.ch een uitgebreide cursus met afbeeldingen. De gebruikte literatuur staat op de pagina bronnen.

↑