De
vierde week: de
vorm ontstaat
In
de vierde week groeit het embryo (de kiemschijf) van ca 2 naar ca 6
mm. De processen van de derde week (vorming neurale buis,
bloedsomloop) lopen in de vierde week door. Tegelijk neemt het amnion
enorm in omvang toe, terwijl de dooierzak dat niet doet. Daardoor
krijgt de embryonale schijf een min of meer ovale cylindrische vorm.
De
groei van het amnion
In
de derde week heeft de embryonale schijf dikte gekregen en is er een
symmetrie-as ontstaan. De weefsels van de embryonale schijf lopen in
de weefsels van de omhullende organen door: ectoderm in de
amnionwand, entoderm in de dooierwand en mesoderm in het
extra-embryonaal mesoderm en in de hechtsteel. Het ectoderm bevindt
zich aan de rugkant, het entoderm aan de buikkant van het embryo. Het
embryo is aan alle kanten nog een open schijf.
Om een
afgesloten lichaam te laten ontstaan, zodat het organisme op zichzelf
kan staan, zal er een huid om het hele embryo heen worden gevormd.
Dat gebeurt doordat het amnion enorm groeit en door de
amnionvloeistof naar buiten wordt gedrukt. De dooierzak groeit niet
en wordt slap. Daardoor groeit het amnion om de kiemschijf heen. Dat
gebeurt rondom: bij het hoofd, bij de stuit en aan de beide
zijkanten. Aan de hoofdkant gaat het sneller dan aan de stuitkant. In
de afbeeldingen 28 – 31 is dat weergegeven. Het is een lastig
voorstelbaar driedimensionaal proces. Het vergelijken en natekenen
van de doorsneden en het maken van andere doorsneden (bv. door het
hart) is aanbevolen om het proces te vervolgen.
Wat
gebeurt er?
- Bij het
groeien
van het amnion krult het zich om de embryonale schijf heen en duwt het
andere weefsels naar binnen.
- Het amnion drukt
aan de buikkant de dooierzak naar binnen, zowel craniaal en caudaal
als
aan de zijkanten (lateraal). Door de stevigheid die het notochord
aan de kiemschijf geeft, blijft deze min of meer recht. Er is een
scharnierpunt waar het ectoderm en entoderm bij het
mond-membraan aan elkaar vast zitten en een bij het cloaca-membraan.
Hierdoor ontstaat het
spijsverteringskanaal (afb. 29, 30).
- De vorming van het
spijsverteringskanaal gaat van de uiteinden naar het midden.
- Tegelijk wordt het hart, dat in verhouding groot is,
van het
hoofd naar de borst verplaatst (afb. 28 – 31) en komt op zijn
plaats terecht.
- Iets later wordt
de hechtsteel naar de buik gedrukt en komt caudaal van het hart
terecht.
- Daaromheen ontstaat de navelstreng, waarmee
het embryo vastzit aan het
chorion en waardoor het zijn voeding krijgt en afvalstoffen kwijt
kan.
- In de navelstreng worden de hechtsteel, de dooierzak
en de allantois opgenomen
(afb. 31).
- Bij de omstulping
van het amnion wordt een deel van het chorion in het embryo opgenomen
als lichaamsholte (intra-embryonaal coeloom) (afb. 29 en 30).
- Het neurale kanaal
wordt aan de hoofdzijde snel dikker.
- Het embryo wordt
eerst min of meer cilindervormig en maakt daarna in de lengterichting
een inwikkelende beweging (afb. 31).
- Nadat het
spijsverteringskanaal is gevormd groeit het snel uit (afb. 31).
Afb. 32 laat twee
zijaanzichten zien van het embryo in de vierde week. Op de tekening
van het midden van de vierde week, de 24ste
dag, (afb. 32 links, komt overeen met afb. 29) omhult het amnion de
embryonale schijf en ontstaat het cilindervormige embryo. Zichtbaar
is de grote bult van het hart dat al van zijn craniale plaats boven
het hoofd is verschoven naar de borst.
Het neurale kanaal is aan beide zijden nog open. De hechtsteel en de
dooierzak zijn nog zichtbaar.
Aan het eind van de vierde week,
op de 28ste
dag (afb. 32 rechts, komt overeen met afb. 31), is de omhulling van
het amnion voltooid en is de navelstreng (met daarin bloedvaten,
hechtsteel, dooierzak en allantois) zichtbaar. Het hart is gegroeid
en nog iets verder gedaald en ligt tegen de navelstreng aan. Het
embryo heeft een korte staart gekregen en is ronder geworden. Het
hoofd en de staart zijn naar binnen gewikkeld. Het hoofd is groot,
die kant ontwikkelt zich sneller. Bij het hoofd zijn plooien
verschenen, die ontstaan doordat het neurale kanaal aan de rugkant
groeit en het hoofd daardoor naar voren buigt. De eerste boog is
de kaakboog, daar groeit de bovenkaak uit. De laatste twee
plooien
worden kieuwbogen genoemd, naar gelijkenis met de plooien bij vissen.
Het begin van een oog en een oor is te zien. De ledematen groeien,
van arm en been zijn de aanzetten te zien (zie de volgende pagina).
Neurale
kanaal en spijsverteringskanaal
Het neurale kanaal
ontstaat vanuit het midden en het spijsverteringskanaal vanuit de
uiteinden. In het neurale kanaal bevindt zich helder amnionvocht, een
vloeistof die druk uitoefent op de wand, in het spijsverteringskanaal
bevindt zich troebele dooiervloeistof, die dat niet doet. Het neurale
kanaal
is een overwegend rechte buis, het spijsverteringskanaal is een buis
die gaat in- en uitwikkelen (de darmen). Het neurale kanaal bestaat uit
ectoderm, het spijsverteringskanaal uit entoderm. Ectoderm komt vanaf
de rugzijde, die de antipathiekant kan worden genoemd (denk aan:
iemand de rug toekeren). Entoderm komt van de buikzijde, de
sympathiekant van ons lichaam. Met ectoderm grenzen we onszelf af en
scheppen we afstand (waarnemen), met entoderm scheppen we verbinding
(vertering van voedsel).
| |
neurale kanaal |
spijsverteringskanaal |
| ontstaan vanuit |
het midden |
de uiteinden |
| vloeistof |
heldere,
amnionvloeistof,
op
spanning |
troebele
dooierzakvloeistof,
niet op spanning |
| weefsel |
ectoderm |
entoderm |
| vorm |
recht |
kronkelig |
| |
rugkant =
antipathiekant |
buikkant =
sympathiekant |
Karakteristiek
De
processen van de derde week hebben het embryo inhoud gegeven, maar de
kiemschijf is nog niet afgegrensd. De kiemschijf loopt door in de
omhullende weefsels van amnion, dooierzak en chorion. Door de
omstulpende beweging van het amnion wordt het embryo gescheiden van
de overige weefsels en emancipeert het embryo zich. Het duurt nog
lang voor het embryo zelfstandig is, maar het begin is er nu het
lichaam een eerste vorm heeft en via een navelstreng is verbonden met
de voedende weefsels in de periferie. Steiner noemde dit stadium de
“Paradijsmens”, waarmee hij wilde aangeven dat dit
de eerste
afzondering is van de omgeving.
Er is nu een driedimensionaal,
afzonderlijk lichaam, dat inhoud heeft, ontstaan. Het lichaam kromt
zich en is op
een centrum gericht (afb. 32). Hartmann geeft hieraan de naam
“dier-mens”.
De omhullende beweging van het amnion
resulteert erin dat wat eerst aan de rugzijde lag nu de buitenkant
vormt en dat wat aan de buikzijde lag nu binnenin ligt. Het is een
gebaar alsof men inwikkelt.
De navelstreng zit aan de buik van
het embryo. Het begon met de hechtsteel aan de rugkant, die zich naar
de stuit verplaatste en nu doorschuift naar de buik. De voeding kwam
in het stadium van de “plant-mens” van achteren
(was onbewust) en
komt bij de
“dier-mens” van voren (dan kun je ertegenover
staan, het wordt bewust).
De
drie weefsels van de embryonale schijf en wat eruit ontstaat
Er zijn in de
embryonale schijf drie weefsels of kiembladen:
- Het
ectoderm
- Het entoderm
- Het mesoderm
Uit het
ectoderm ontstaan:
- De
huid
- Het zenuwstelsel
- De zintuigen
Uit het
entoderm ontstaan:
- Het
spijsverteringskanaal en de spijsverteringsorganen (lever,
alvleesklier)
- De longen
- De blaas (uit de
allantois)
Het mesoderm
kan drie soorten weefsels maken:
- Het
kan zich
concentreren en naar
binnen richten en vormt spieren, pezen, bindweefsel en botten;
- En de nieren, de milt
en de voortplantingsorganen.
- Het kan naar de
periferie gaan en vormt lichaamsholtes, zoals het hartzakje, het
longzakje,
de buikholte etc.
- Het kan beide
tegelijk doen en vormt het bloed, de bloedvaten en het hart.
|
Afbeelding
28.
Rugaanzicht en lengte- en dwarsdoorsnede door een embryo van 22 dagen
Het amnion groeit
en stulpt in de lengte en aan de zijkanten om
het embryo heen, waarbij het hart naar binnen wordt geschoven. Het
embryo is vlak.
Afbeelding 29.
Zijaanzicht en
lengte- en dwarsdoorsnede door een embryo van 24 dagen
De
omstulping door het amnion van het embryo is verder dan in afb. 28.
Het hart ligt niet meer craniaal van het mond-membraan, maar meer
naar binnen. Het embryo is gekromd. De mond- en cloaca-membraan zijn
zichtbaar als plekken waar geen mesoderm tussen het ecto- en het
entoderm aanwezig is.
Afbeelding 30. Zijaanzicht en
lengte- en dwarsdoorsnede van een embryo van 26 dagen
Het hart is verder
naar binnen geduwd en ligt ongeveer op zijn definitieve
plaats. Doordat het amnion om het embryo heen gaat liggen, wordt het
entoderm naar het midden gevouwen en ontstaat er een buis, het
spijsverteringskanaal. Zie ook de volgende afbeelding. Op de
dwarsdoorsnede is te zien dat er een deel van de chorionholte in het
lichaam is opgenomen als intra-embryonaal coeloom.
Afbeelding
31. Zijaanzicht en lengte- en dwarsdoorsnede van een embryo van 28
dagen
Het embryo is
bijna geheel door het amnion omgeven. Het
spijsverteringskanaal is ontstaan. De navelstreng is zichtbaar.
Daarin liggen de hechtsteel, de dooierzak en de allantois. Het embryo
ligt in de amnionholte, die weer in de chorionholte ligt.
Afbeelding
32. Links: embryo op
dag 24; rechts op dag 28, resp. 2 en 5 mm lang.
Tabel
4. Verschillen tussen neurale kanaal en
spijsverteringskanaal
Afbeelding 33. De dier-mens
(ontleend aan van der Wal, naar Hartmann)
Aangegeven is dat
het
dier een afgerond organisme is met inhoud. Het is naar binnen op een
centrum gericht.
|