De
eerste week:
een zwevend en tijdloos bestaan
De delingen
Nadat
de zaadcel en de eicel zijn gefuseerd, sluit de zona pellucida zich
zodat er geen andere zaadcellen meer binnen kunnen komen. De kernen
fuseren met elkaar en de chromosomen worden gepaard. De zygote (=
bevruchte eicel) is ontstaan. Er kan vanaf dit moment geen
stofwisseling met de omgeving meer plaats vinden.
De
eencellige zygote blijft ongeveer een dag bestaan. Daarna deelt de
cel zich en zijn er twee even grote cellen. Deze delen zich iedere 16
– 20 uur verder. Eerst zijn er 4, daarna 8 cellen. Op de
vijfde dag
zijn er circa 32 cellen en vervolgens circa 64. Het stadium van 16
–
64 cellen wordt een morula (= moerbei; de zygote lijkt op een moerbei
of een braam) genoemd. De delingen verlopen vanaf de morula niet
synchroon meer.
Op de zesde dag gaan de meeste cellen naar de
buitenkant (trofoblast (= voedingsweefsel) of buitenei) en blijft er
een klompje cellen binnenin (embryoblast (= embryoweefsel) of
binnenei). In het midden ontstaat een met vocht gevulde ruimte: de
blastocoel. De cellen van het buitenei gaan dichter tegen elkaar aan
liggen, waardoor het weefsel steviger wordt. De delingen gaan door.
Er zijn op de zesde dag circa 120 cellen, waarvan circa 10 het
binnenei vormen en 110 het buitenei, de verhouding is circa 1:
10.
Alle delingen vinden plaats binnen de omhulling van de
zona pellucida. Het embryo groeit niet. De cellen worden steeds
kleiner en bevatten na iedere deling relatief meer kernmateriaal en
minder cytoplasma.
Terwijl dit gebeurt, wordt het embryo
passief zwevend door de vloeistofstroom van de eileider naar de
baarmoeder getransporteerd.
Uit
het ei
Op
de zesde dag breekt de zona pellucida door. Dit gebeurt doordat er in
de trofoblast aan de kant van de blastocoel enzymen worden gevormd
die de zona pellucida weker maken. Tegelijkertijd zet het embryo uit
tot 2 x zijn volume, trekt dan samen tot 50% en zet weer uit tot 3 x
zijn volume. Dan breekt de zona pellucida en kan het embryo uit zijn
omhulling stulpen. Dit wordt vergeleken met het uit het ei komen van
een kuiken en wordt “hatching” genoemd (afb. 9).
Het embryo kan
nu gaan groeien.
Het vrijkomen van het embryo uit zijn
omhulling, zijn schaal, is een actief proces van het embryo zelf. De
verweking van de zona pellucida samen met de expansie zorgen voor een
breuk waardoor het embryo naar buiten kan gaan.
Tijdsduur
Opmerkelijk
is dat de ontwikkeling van de zygote tot de blastula bij alle
zoogdieren min of meer gelijk verloopt en circa een week duurt. Dit
is niet alleen zo bij de mens met zijn embryonale ontwikkelingstijd
van 9 maanden. Ook bij de muis met een ontwikkelingstijd van 21 dagen
en de olifant (21 maanden) duurt deze fase tot de blastula 6 dagen.
Bij de muis blijven er voor de verdere ontwikkeling nog slechts 15
dagen over.
Reeën hebben een verlengde draagtijd. De bronst
vindt plaats in juli/augustus. De zygote ontwikkelt zich tot een
blastula en gaat dan circa 150 dagen in rust. Pas in
december gaat de
ontwikkeling verder met de implantatie in de baarmoederwand en na een
ontwikkelingstijd van 144 dagen worden
de kalfjes in mei/juni geboren. Het ree is het enige hoefdier waarbij
dit plaats vindt, maar een verlengde draagtijd komt ook voor bij
marterachtigen (o.a. de das), beren en kangoeroes. Steeds vindt de
rust aan het eind van de eerste week plaats in het blastulastadium.
Karakteristiek
De
eerste dag na de bevruchting is de mens (of beter: zijn wij) een grote
ronde cel. Dat is
alles dat we zijn, er is niet meer, maar ook niet minder. Het lijkt een
perfect
bestaan: het organisme is een geheel en die ene cel omvat alles. De
zygote is rond en hij zweeft. Het geheel, de eenheid is primair en de
delen komen
later. Een mens is opgedeeld in cellen en organen en er niet uit
opgebouwd.
Na de eerste dag zijn er delingen en na 6 dagen is
de blastula gevormd: een bol met een ruimte binnenin. Het embryo
heeft nog geen richting: links en rechts, boven en beneden zijn nog
geen begrippen om iets aan te duiden, richtingen ontstaan pas
later.
Direct na de bevruchting sluit de zona pellucida zich
en door de delingen zijn na 6 dagen de cellen erg klein geworden. Er
is meer kernmateriaal gekomen en minder cytoplasma en daarmee is de
innerlijke beweeglijkheid afgenomen. Het embryo is gestructureerder
geworden en heeft in vergelijking met de zygote meer zaadcelkwaliteit
gekregen. Dat de morula makkelijker is in te vriezen dan de eicel
wijst hier ook op (de zaadcel is makkelijk in te vriezen).
Dit
proces van opdelen en kleiner worden van de cellen kan niet doorgaan,
want dan zou het embryo verstarren en sterven. Er moet een omkering
komen. Dat gebeurt doordat de blastula gaat samentrekken en uitzetten
en uit de zona pellucida stulpt en zich in de baarmoederwand nestelt.
Dan kan het gaan groeien en kan de ontwikkeling van het embryo
doorgaan. Schattingen zijn dat
dat bij slechts 50 – 70% van de embryo’s gebeurt.
De
ontwikkeling van het embryo tot de innesteling duurt bij zoogdieren 6
dagen. In de rest van de embryonale ontwikkeling zijn de verschillen
groot: van 15 dagen tot 21 maanden. De ontwikkeling van alle
zoogdieren tot de blastula heeft zijn eigen tijdsduur en is niet
soortspecifiek. Het maakt geen deel uit van de levensduur van het
dier, het heeft zijn eigen levensduur. Het is alsof de
(differentiërende
soortspecifieke) tijd er nog
niet is.
Samengevat:
- Het
embryo is een bol, er zijn geen richtingen.
- De
ontwikkeling speelt zich af binnen de afgeslotenheid van de zona
pellucida.
- Eerst
is er het geheel of de eenheid, daarna ontstaat de veelheid.
- De
tijdsduur van de ontwikkeling in de eerste week ligt vast en is
soortonafhankelijk.
Kenmerken van
het mineraal zijn dat het uit elkaar valt in gelijke elementen, er
geen communicatie is met de omgeving en er geen tijd is. Het embryo
wordt deze eerste week daarom de ‘minerale mens’
genoemd.
|
Afbeelding 8.
De delingen van dag 1 – dag 6
1e
rij: De zygote bestaat na 24 uur uit 2 cellen; de volgende delingen
zijn regelmatig: 4 en 8 cellen;
2e
rij: na circa 96 uur (dag 5) zijn er 32 cellen, de morula is
ontstaan; vroege blastula op dag 6 met zona pellucida met embryoblast
en trofoblast; late blastula op dag 7 zonder zona pellucida. De
laatste 2 tekeningen zijn dwarsdoorsneden. De kleur heeft geen
betekenis.
de tijd is
variabel, het kan een dag vroeger of een dag later zijn
zie ook: www.embryology.ch
Afbeelding 9.
De zona pellucida breekt open aan de kant van de blastocoel en de
blastula stulpt naar buiten
Afbeelding 10. De baarmoeder, eileider en eierstok. In de eierstok zijn
de fasen van
de eirijping weergegeven en in de eileider de eerste celdelingen en
de plaats waar ze ongeveer plaats vinden
Afbeelding 11.
Het mineraal of een beeld voor de ‘minerale mens’
(ontleend aan van der Wal (2003): Hartmann)
Het mineraal valt uit elkaar in
gelijke elementen, er is geen tijd en geen communicatie met de
omgeving
|