Twaalf
zintuigen
Waarnemen
doen we met onze zintuigen. Dat er twaalf zintuigen worden
onderscheiden hebben we aan Rudolf Steiner te danken. Het is
belangrijk om zo veel mogelijk alle zintuigen te ontwikkelen en te
gebruiken, omdat ieder zintuig een ander aspect van de zintuiglijke
werkelijkheid laat zien en omdat de zintuiglijke waarneming de basis
vormt voor onze relatie met onszelf, de omgeving en de mensen om ons
heen. Als we goed willen waarnemen moeten we de zintuigen goed en
veel gebruiken.
Interessant
is de wisselwerking tussen het waarnemen met de zintuigen en onze
gezondheid en levenskracht. Wanneer we intensief en genuanceerd
waarnemen, neemt de levenskracht toe en naarmate de gezondheid en
levenskracht beter zijn, nemen we genuanceerder en meer waar.
De
twaalf zintuigen vallen uiteen in vier groepen, die zijn gericht op
het waarnemen van:
- het eigen lichaam:
tastzin, levenszin, bewegingszin en evenwichtszin, ofwel de
wilszintuigen;
- de omgeving: reuk,
smaak, zien en temperatuur, de gevoelszintuigen;
- de niet-fysieke,
geestelijke omgeving: gehoor, spraakzin, denkzin en ik-zin, de
geestelijke zintuigen.
|
|