Dynamisch

Embryo week voor week: het menselijk embryo in acht weken

Hoe het embryo zich van de bevruchting tot de achtste week ontwikkelt.

De lengte van het embryo per week
Illustratie bij: De lengte van het embryo per week

Het menselijk embryo week voor week volgen is de snelste manier om te zien hoe een lichaam ontstaat. In acht weken groeit één cel uit tot een wezen van ongeveer drie centimeter met hart, hersenen, ledematen en alle andere organen in aanleg. Deze pagina volgt de ontwikkeling van het embryo per week, met de lengtes zoals de embryologie ze meet.

Eén ding eerst, omdat het vaak tot verwarring leidt. De embryologie telt de weken vanaf de bevruchting. Bij een zwangerschap tellen artsen en verloskundigen vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie, ongeveer twee weken eerder. Een embryo van 'acht weken zwangerschap' is dus in de embryologie ongeveer zes weken oud. Alle weken op deze pagina zijn weken na de bevruchting.

De lengte van het embryo per week

De figuur zet de lengtes van week 1 tot en met 8 op ware schaal naast elkaar. Het verschil is groot: in de eerste twee weken is het embryo een fractie van een millimeter, in de achtste week ongeveer drie centimeter.

Lengte van het menselijk embryo, week 1 tot 8 na de bevruchtingPer week de grootste lengte in millimeter volgens de Carnegie-stadia, op ware schaal van 0 tot 32 millimeter. Week 1 en 2: 0,1 tot 0,2 mm; week 8: 18 tot 31 mm.LENGTE IN MILLIMETER · WARE SCHAALweek 10,1–0,2 mmweek 20,1–0,2 mmweek 30,4–2,5 mmweek 41,5–6 mmweek 54–9 mmweek 68–14 mmweek 713–18 mmweek 818–31 mm051015202530
Grootste lengte per week na de bevruchting, op ware schaal. Week 1 en 2 zijn op deze schaal nauwelijks meer dan een streepje.
Deze figuur insluiten

Kopieer deze code om de figuur op een eigen pagina te tonen:

De lengtes zijn de grootste lengte van het embryo zoals die bij de Carnegie-stadia wordt opgegeven. Die stadia deelden de eerste acht weken in 23 stappen in, op basis van zichtbare kenmerken. Twee embryo's van dezelfde leeftijd kunnen dus in een iets verschillend stadium zijn, en de lengtes zijn steeds een bandbreedte, geen vaste maat.

Week 1: van bevruchte eicel tot blastocyste

Na de bevruchting in de eileider begint de eicel zich te delen, zonder dat het geheel groter wordt. Uit één cel worden er twee, vier, acht. Na ongeveer drie dagen is er een klompje van zestien of meer cellen, de morula, genoemd naar de moerbei waar het op lijkt.

Terwijl het klompje door de eileider naar de baarmoeder schuift, ontstaat binnenin een holte. Het embryo is nu een blastocyste: een bolletje met een buitenste laag, de trofoblast, en aan één kant een groepje cellen, de embryoblast. Uit de embryoblast groeit het embryo zelf; uit de trofoblast onder meer een deel van de placenta. Aan het einde van de eerste week is de blastocyste ongeveer een tiende tot twee tiende millimeter groot.

Week 2: innesteling en de tweelagige kiemschijf

In de tweede week nestelt het embryo zich in het slijmvlies van de baarmoeder. De trofoblast groeit het weefsel in en er ontstaan kleine ruimtes waardoor het bloed van de moeder langsstroomt. Het embryo en het moederlijke bloed blijven gescheiden door een dunne laag weefsel.

Binnenin vormt de embryoblast een plat schijfje van twee cellagen, de tweelagige kiemschijf. Boven dat schijfje ontstaat de amnionholte, eronder de dooierzak. Van een menselijke vorm is nog geen sprake. Het embryo is in deze week nog steeds ongeveer twee tiende millimeter.

Week 3: de primitiefstreep en drie kiembladen

In de derde week krijgt het embryo een richting. Op de kiemschijf verschijnt een smalle groef, de primitiefstreep. Daarmee zijn voor en achter, links en rechts, boven en onder bepaald. Via de primitiefstreep schuiven cellen naar binnen, en uit twee lagen worden er drie: het ectoderm, het mesoderm en het endoderm. Uit die drie kiembladen ontstaan alle weefsels van het lichaam.

Aan het einde van de week vormen zich de eerste somieten, blokjes weefsel langs de lengteas waaruit later wervels, spieren en huid groeien. Ook de aanleg van het hart begint. Het embryo is dan tussen de 0,4 en 2,5 millimeter lang.

Week 4: kromming en het eerste hartritme

Het embryo van vier weken ziet er ineens heel anders uit. De platte kiemschijf vouwt zich naar beneden om, doordat de neurale buis – de aanleg van hersenen en ruggenmerg – snel groeit. Het geheel kromt zich tot een C-vorm met een duidelijk kopeinde.

De neurale buis sluit zich in deze week, eerst aan de kant van het hoofd rond dag 25 en daarna aan de staartkant. Het buisvormige hart trekt vanaf ongeveer dag 21 tot 22 samen. Aan de zijkant van de hals verschijnen de keelbogen, waaruit onder meer de kaken groeien. Het embryo is 1,5 tot 6 millimeter lang.

Week 5: arm- en beenknoppen

In de vijfde week groeit vooral het hoofd, omdat de hersenen zich snel ontwikkelen. Aan de romp verschijnen kleine uitstulpingen: eerst de armknoppen, een paar dagen later de beenknoppen. De ooglens begint zich te vormen. Het embryo van vijf weken is ongeveer 4 tot 9 millimeter. In één week is het dus ruwweg verdubbeld.

Week 6: handplaten en het begin van het gezicht

Het embryo van zes weken heeft platte handplaten aan het einde van de armen. In het oog is het eerste pigment zichtbaar als een donker vlekje. Rond de keelbogen vormen zich de heuveltjes waaruit de oorschelp groeit. De lengte ligt tussen 8 en 14 millimeter.

Week 1: van bevruchte eicel tot blastocyste
Illustratie bij: Week 1: van bevruchte eicel tot blastocyste

Dit is het stadium dat bij 'embryo 8 weken' in zwangerschapsweken hoort. Wie een echo van acht weken zwangerschap ziet, kijkt dus naar een embryo in deze fase.

Week 7: vingerstralen en een rechtere rug

In de zevende week verschijnen in de handplaten lijntjes waar later de vingers komen, de vingerstralen. De romp strekt zich, het hoofd wordt ronder en de nek wordt beter herkenbaar. Het embryo is ongeveer 13 tot 18 millimeter.

Week 8: alle organen aangelegd

Aan het einde van de achtste week zijn vingers en tenen vrij van elkaar. De oogleden bedekken bijna de ogen, de oorschelp heeft zijn vorm, en de staart die in de vierde week nog duidelijk te zien was, is in het lichaam opgenomen. Alle organen zijn aangelegd. Het embryo meet ongeveer 18 tot 31 millimeter, aan het einde van de week ongeveer drie centimeter.

Vanaf de negende week spreekt men van een foetus. De vormen die nu bestaan, worden groter en rijper, maar er komen geen nieuwe organen meer bij.

Twee manieren van tellen, één voorbeeld

Omdat de twee telwijzen zo vaak door elkaar lopen, helpt een voorbeeld. Stel dat de laatste menstruatie op 1 maart begon en de bevruchting rond 15 maart plaatsvond. Op 26 april staat in een zwangerschapskalender 'acht weken'. Voor de embryologie is het embryo op die dag zes weken oud: het heeft handplaten, een eerste oogpigment en is ongeveer een centimeter lang.

Wie zoekt op 'embryo 8 weken' en een tekening van een embryo met vingers en tenen vindt, kijkt dus vaak naar een embryo dat twee weken verder is dan bedoeld. Omgekeerd lijkt een embryo 'van vier weken' in een zwangerschapskalender nog niets op het gekromde embryo met armknoppen: in de embryologie is het dan pas twee weken, een schijfje van twee cellagen dat zich net heeft ingenesteld.

Beide telwijzen zijn juist, ze meten alleen iets anders. De zwangerschapsduur begint bij een datum die iedereen kent; de embryonale leeftijd begint bij de bevruchting, die zelden precies bekend is maar biologisch het echte begin is.

Hoe weet men dit allemaal?

De kennis over de eerste weken is grotendeels afkomstig uit embryologische collecties die in de twintigste eeuw zijn opgebouwd. De bekendste is die van het Carnegie Institution in Washington, begonnen onder leiding van de anatoom Franklin P. Mall. George L. Streeter deelde de embryo's uit die collectie in zogenoemde horizonten in, en Ronan O'Rahilly en Fabiola Müller werkten die indeling later uit tot de 23 Carnegie-stadia die nu internationaal worden gebruikt.

Een stadium wordt niet bepaald door de leeftijd of de lengte alleen, maar door wat er te zien is: het aantal somieten, de vorm van de armknop, het moment waarop de vingerstralen verschijnen. Dat is een typisch voorbeeld van nauwkeurig waarnemen. De stadia beschrijven eerst de vorm; pas daarna wordt er een leeftijd en een lengte bij gezet.

Tegenwoordig worden de beschrijvingen aangevuld met driedimensionale modellen en moderne beeldvorming, maar de basis is nog steeds dezelfde reeks van vormen die een eeuw geleden onder de microscoop werd vastgelegd. Wie de oude tekeningen naast een modern driedimensionaal model legt, herkent dezelfde vormen, alleen scherper en van meer kanten bekeken.

Wat opvalt als je de weken naast elkaar legt

Wie de acht weken naast elkaar legt, ziet een opvallende volgorde. Eerst komt er ruimte: een holte in de bol, een amnionholte boven de schijf. Dan komt er richting: de primitiefstreep die een lengteas vastlegt. Pas daarna komt de vorm: de kromming, de knoppen, de vingers. Het embryo lijkt zich eerst een plek te maken, dan een oriëntatie, en pas daarna een lichaam.

Die volgorde is een van de redenen waarom de embryologie in de fenomenologische benadering zo'n belangrijke plaats heeft. De pagina's over de eerste week, de tweede week, de derde week, de vierde week en de vijfde tot achtste week werken elke fase afzonderlijk uit.

Een tweede opvallend punt is hoe lang het menselijk embryo zijn vormen open houdt. De hand blijft lang een plaatje voordat de vingers zich scheiden, het hoofd blijft lang groot ten opzichte van de romp. Bij veel dieren is al in een vroeg stadium te zien welke kant de ontwikkeling op gaat – een lange snuit, een hoef, een vleugel. Die vergelijking komt terug op de pagina over plant en dier en in de reeks over de zoogdieren.

Over de getallen op deze pagina

De lengtes en dagen op deze pagina zijn afgerond en gebaseerd op de gangbare indeling van de Carnegie-stadia. Verschillende handboeken geven iets andere waarden, onder meer omdat de ene bron de kruin-stuitlengte en de andere de grootste lengte opgeeft. Voor het beeld maakt dat weinig uit: de volgorde van de ontwikkeling is bij elk embryo dezelfde, ook als het tempo iets verschilt.

Deze pagina beschrijft de normale ontwikkeling zoals die in de embryologie wordt onderwezen. Vragen over een eigen zwangerschap horen bij een verloskundige, huisarts of gynaecoloog.

Veelgestelde vragen

Wat is een embryo?

Een embryo is een mens in de eerste acht weken van zijn ontwikkeling na de bevruchting. In die periode worden alle organen aangelegd; vanaf de negende week spreekt men van een foetus.

Hoe groot is een embryo van 8 weken?

Dat hangt af van hoe je telt. Acht weken na de bevruchting is het embryo in zijn grootste lengte ongeveer 18 tot 31 millimeter. Bij acht weken zwangerschap, geteld vanaf de laatste menstruatie, is het embryo zes weken oud en ongeveer 8 tot 14 millimeter lang.

Wat is het verschil tussen embryonale leeftijd en zwangerschapsduur?

De embryonale leeftijd telt vanaf de bevruchting. De zwangerschapsduur telt vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie, ongeveer twee weken eerder. Daardoor is een embryo van 'zes weken zwangerschap' in de embryologie ongeveer vier weken oud.

Wanneer begint het hart van een embryo te kloppen?

Het buisvormige hart begint rond dag 21 tot 22 na de bevruchting samen te trekken, aan het begin van de vierde week. In zwangerschapsweken is dat rond week zes.

Wanneer ontstaan armen en benen?

De armknoppen verschijnen in de loop van de vijfde week na de bevruchting, de beenknoppen enkele dagen later. In de zesde week vormen zich handplaten, in de zevende en achtste week worden vingers en tenen zichtbaar.

Wat zijn de Carnegie-stadia?

De Carnegie-stadia zijn een internationale indeling van de embryonale ontwikkeling in 23 stadia, genoemd naar de embryologische collectie van het Carnegie Institution. Een stadium wordt bepaald door zichtbare kenmerken, niet alleen door leeftijd of lengte.

Wat is een blastocyste?

Een blastocyste is het embryo aan het einde van de eerste week: een holle bol van cellen met aan één kant een groepje cellen, de embryoblast, waaruit het embryo zelf groeit. De buitenste laag, de trofoblast, vormt later een deel van de placenta.

Waarom kromt het embryo in de vierde week?

In de vierde week groeit de neurale buis, de aanleg van hersenen en ruggenmerg, sneller dan de rest van het embryo. Daardoor buigt de platte kiemschijf om tot een gekromde vorm met een duidelijk kop- en staarteinde.

Wat gebeurt er na de achtste week?

Na de achtste week zijn alle organen aangelegd en begint de foetale periode. Vanaf dan draait de ontwikkeling vooral om groei en rijping van wat er al is.

Mag de figuur met de embryolengtes worden gebruikt?

Ja, onder de figuur staat een insluitcode. Met een verwijzing naar deze pagina mag de figuur op een eigen website of in een werkstuk worden gebruikt.

↑