Herkauwers:
kamelen, dwergherten en hoorn- en geweidragers
Herkauwers
vormen een grote groep dieren met veel variatie. Kenmerkend zijn het
lange spijsverteringskanaal met vier magen en het eten van energiearm
celwandrijk plantaardig voedsel. De meeste soorten hebben hoorns of
een gewei. Toch zijn er twee groepen die zowel geen vier magen hebben
als geen hoorns of gewei, namelijk de kamelen en de dwergherten.
De
groep van de kamelen bestaat uit de Aziatische kameel, de Afrikaanse
dromedaris en uit de lama, alpaca, guanaco en vicuña uit
Zuid-Amerika. Dwergherten (bestaande uit een aantal kantjils en
dwergherten) zijn geen echte herten. Ze zijn klein en lijken er een
beetje op, wat de naam verklaart. Hun inheemse naam betekent
“hert
en varken”. Ze lijken tussen de varkens en herten in te
staan. Zo
zijn er weer drie groepen: kamelen, dwergherten en hoorn- en
geweidragers.
Op deze pagina
zullen alleen de kamelen en de
dwergherten worden besproken. Over de hoorn- en geweidragers is op de
vorige pagina’s al geschreven.
Gedrag
Kamelen
Alle
soorten leven in een droge woestijnachtige of bergachtige omgeving.
Kameel, dromedaris en lama worden net als paarden als rijdier
gebruikt en om lasten te dragen. De alpaca wordt voor de wol gehouden
en dromedaris en kameel zijn ook leveranciers van melk en vlees.
Een
kameel is bijzonder geschikt om in droge gebieden te leven. Hij kan
zijn lichaamstemperatuur 6 graden laten fluctueren (van 34 - 40
graden), heeft droge uitwerpselen, produceert weinig urine,
bevochtigt in zijn neusholte ingeademde lucht en onttrekt het vocht
er weer aan bij het uitademen. Ze kunnen, als ze niet werken, tot 10
maanden zonder water en kunnen in een keer tot 130 liter water
drinken. Door hun vetbulten kunnen ze lange tijd zonder
voedsel.
Dwergherten
De
meeste soorten zijn solitair en de kleinere Aziatische soorten
bewonen rotsig bosterrein. Het grootste dier, het Afrikaanse
waterdwerghert, zoekt het water op. Hij is een goede zwemmer en kan
onder water duiken. Ze leiden een verborgen bestaan en zijn schuw en
actief in de nacht. Ze zijn vechtlustig en makkelijk verstoord en
springen snel weg bij naderend onheil. Ze gaan liggen als
varkens.
Lichaamskenmerken
Lichaamsbouw
Kameelachtigen
zijn gemiddeld tot grote dieren met een lange, slanke nek. De
achterpoten zijn alleen bovenaan met het lichaam verbonden (bij de
overige herkauwers is er ook een verbinding vanaf de knie). Daarom
gaan kamelen eerst op hun knieën liggen, als ze gaan liggen.
Ze
hebben twee hoeven. Het lichaamsgewicht rust er niet op, maar rust op
de eeltkussens van de twee voorste teenkootjes. Alleen de voorzijden
van de hoeven raken de grond. De dieren worden daarom ook wel
telgangers genoemd. De poten zijn lang. Ze lopen met een kalme
pas.
De hals is lang
en gestrekt bij de Zuid-Amerikaanse
soorten en gebogen bij de twee grote soorten. De vicuña
loopt met
vooruitgestrekte hals. De hals van de kameel zit laag aan de romp en
zakt diep naar beneden, bij de dromedaris is de hals ook gebogen,
maar meer naar boven gericht.
De
vicuña is met 50 kg de
kleinste soort. Het achterlichaam is hoger gebouwd dan de voorkant.
Aan de onderkant van de lange hals hangt wit haar. De kop is sprekend
getekend, de grote ogen en oren zijn opvallend. De alpaca stamt van
dit dier af en is een stuk zwaarder.
Guanaco (110
kg), lama en
alpaca zijn nauw verwant. De hals is korter. De grootste hoogte ligt
midden op het lichaam. De lama stamt van de guanaco af.
Dromedaris
en kameel zijn even zwaar (500 kg) en even groot. De dromedaris oogt
slanker en de kop steekt boven de bult uit. De kameel toont massiever
met zijn twee vetbulten. De kop steekt niet boven de bulten uit en de
hals toont zwaar door de lange manen die eraan hangen. De grote
kamelen slaan het reservevoedsel in de bulten op, op een plek die een
beetje buiten het lichaam valt. Ze lijken hiermee wel op knaagdieren,
die hun reservevoedsel buiten het lichaam opslaan en soms tijdelijk
in de bek zoals de hamster.
Dwergherten
zijn
kleine, 50 tot 70
cm lange en 2 tot 13 kg zware dieren. Het lichaam is gedrongen met
een ronde rug en is ietwat plomp gebouwd. De kop bevindt zich iets
hoger dan de ruglijn en het achterlichaam is iets hoger gebouwd. Ze
hebben geen hoorns of een gewei. Ze hebben korte, dunne poten en zijn
niet behendig. Aan de poten zitten twee hoofd- en twee kleinere
nevenhoeven.
Kleur
van de vacht
De vicuña
heeft een lichtbruine tot rossige vacht, die aan de
onderkant
wit is. Dat geldt ook voor de guanaco. Alpaca en lama zijn egaal
gekleurd en kunnen verschillende kleuren hebben van wit tot bruin.
Kameel en dromedaris zijn egaal donker gekleurd.
Sommige
dwergherten zijn gevlekt tot gestreept. Andere hebben een
bruine
vacht.
Voedsel
De vicuña
eet kort gras, de guanaco is een blad- en graseter,
de kameel
eet droge vegetatie, doorns en zoutplanten. Ze selecteren hun voedsel
zodat ze relatief hoogwaardig en vezelarme bladeren eten.
Dwergherten
eten
voornamelijk afgevallen fruit en bladeren, maar ze eten ook insecten,
krabben, vis, kleine gewervelden en
aas.
Spijsverteringskanaal
Kamelenhebben
meerdere magen, die minder goed zijn ontwikkeld dan bij de
hoorn- en geweidragers. De pens is een eenvoudige ruimte zonder
onderverdelingen. De boek- en lebmaag lopen in elkaar over. De dikke
darm is een van de langste onder hoefdieren en complex gebouwd. Het
spijsverteringskanaal van dromedaris en kameel is resp. 12 en 15 x de
lichaamslengte (bij het rund is dat 30 x).
Dwergherten
herkauwen. Van de vier magen is de boekmaag klein en nauwelijks
ontwikkeld. De blinde darm ontbreekt bij het waterdwerghert. Dunne en
dikke darm van de Javaanse kantjil zijn 3,20 m lang en de blinde darm
is groot. Geschat is het spijsverteringskanaal dan 4 m, dwz. 8 x de
lichaamslengte.
Gebit
Kameelachtigen hebben
grote snijtanden in de onderkaak en
rudimentaire tanden in de
bovenkaak. De snijtanden zijn geplaatst zoals bij een paard. Bij de
vicuña groeien de snijtanden door en zijn ze zelfs
knaagdierachtig.
De buitenste snijtanden zijn hoektandachtig en ook de voorste kiezen
zijn hoektandachtig. De hoektanden zijn aanwezig. Tussen de voorste
kiezen en de echte kiezen is een diastema. De guanaco heeft
slagtandachtige hoektanden en gekromde snijtanden.
Bij de
dwergherten ontbreken de bovenste snijtanden en de
onderste
hoektanden lijken op snijtanden, de voorkiezen hebben scherpe kronen.
Beide geslachten hebben hoektanden in de bovenkaak. Die van mannetjes
zijn lang en scherp en steken naar buiten.
De kop van een
kameel met gespleten
bovenlip Een kantjil
met
scherpe, uitstekende hoektand
Zintuigen
De vicuña
heeft grote ogen en oren, het zien is beter
ontwikkeld dan
het gehoor. Bij de guanaco is het gehoor beter dan het zien. De
sierlijke vicuña en guanaco zijn open voor de wereld.
Wanneer een
kudde lama’s of alpaca’s, die op een weiland
grazen, wordt
gepasseerd, dan valt op dat de dieren de passant de gehele tijd
volgen. De kameel maakt een ingekeerde, bijna hooghartige
indruk.
Dwergherten
hebben
grote ogen en ruiken en horen
goed.
Karakteristiek
Kamelen
en dwergherten herkauwen, maar hebben een onvolledig gespecialiseerd
spijsverteringskanaal. Bij hen ontbreken ook hoorns of een gewei.
Kamelen
hebben
lange poten en een lange nek en lopen op
eeltkussens. Het zijn bij uitstek dieren die lang kunnen lopen onder
slechte omstandigheden. Ze zijn om deze eigenschappen
gedomesticeerd.
Bij de
vicuña vallen de hoog gedragen kop, de wakkere blik,
de knaagdierachtige snijtanden, het hogere achterlichaam, de
sprekende kleuren en witte onderkant op. De guanaco is groter, heeft
eveneens een lichte onderzijde en een rossig-bruin vel en een gebit
met de slagtandachtige hoektanden. De dromedaris en de kameel zijn
zwaar en groot. De kameel toont zwaarder en heeft de kop lager. Door
de manen gaat de nadruk liggen op de voorkant van het
lichaam.
Dwergherten zijn
kleine, schuwe dieren, met een
gedrongen lichaam. Sommige soorten hebben vlekken en strepen op hun
vel. Er zijn scherpe hoektanden en de voorste kiezen zijn scherp. Ze
eten vruchten en wortels en kleine dieren. Ze gaan liggen als
varkens.
Conclusies
- Kamelen
zijn de zenuw-zintuigdieren (3 magen, grote zintuigen, beleerbaar,
loopt op eeltkussens).
- Dwergherten zijn
de hart-longdieren (3 magen, kort spijsverteringskanaal, scherpe
hoektanden, gevlekt, eet vlees).
- De hoorn- en
geweidragers zijn de stofwisselings-ledematendieren (ledematen met
twee hoeven, 4 ontwikkelde magen, lang spoijsverteringskanaal).
Binnen de kamelen is:
- De vicuna het meest zenuw-zintuigachtig.
- De guanaco het meest hart-long.
- De dromedaris en
kameel zijn ledematen-stofwisseling, waarvan de kameel het meest
verstofwisseld is.
| kenmerk |
kameelachtigen |
dwergherten |
hoorn-
en geweidragers |
| gebit |
snijtanden
paardachtig |
grote hoektanden,
scherpe voorste kiezen |
nadruk
op kiezen |
| voedsel |
gras,
blad, dor
materiaal |
plantaardig,
ook dierlijk |
plantaardig
|
| spijsvertering |
boek-
en lebmaag
gaan in elkaar over |
boekmaag
klein of ontbreekt |
alle
vier magen goed ontwikkeld |
| gebruik/gedrag |
rijdieren,
actief |
geen,
schuw |
vlees,
melkdieren |
| lichaam |
lange
poten en
lange hals |
gedrongen,
gevlekt |
lange
poten, korte hals |
| poten |
2
hoeven, eeltkussens |
2
hoeven + 2 bijhoeven |
2
hoeven |
| conclusie |
zenuw-zintuigdieren
|
hart-longdieren
|
stofwisseling-
ledematendieren |
Kenmerken
van herkauwers
|
Een vicuña: achteraan hoger en een lange nek
Dromedaris met kalf
Een caravaan dromedarissen in de woestijn
Het gevlekte waterdwerghert
De Javaanse kleine kantjil
De magen van: a kameel; b dwerghert; c hoorn- en geweidragers (S =
slokdarm, P = pens, N = netmaag, B = Boekmaag, L = lebmaag, D =
twaalfvingerige darm; overgenomen uit Schad)
Een guanaco
Grote kantjil
Een groep vicuña's
De poot van een kameel met de twee hoeven, op de grond rusten de
eeltkussens
Een kameel: lange, gebogen nek
Een alpaca: lange nek
|