Dynamisch

Herkauwers: kamelen, dwergherten en hoorn- en geweidragers

Een vicuña: achteraan hoger en een lange nek
Een vicuña: achteraan hoger en een lange nek.

Herkauwers vormen een grote groep dieren met veel variatie. Kenmerkend zijn het lange spijsverteringskanaal met vier magen en het eten van energiearm, celwandrijk plantaardig voedsel. De meeste soorten hebben hoorns of een gewei. Toch zijn er twee groepen die zowel geen vier magen hebben als geen hoorns of gewei, namelijk de kamelen en de dwergherten.

De groep van de kamelen bestaat uit de Aziatische kameel, de dromedaris uit Noord-Afrika en Arabië en de lama, alpaca, guanaco en vicuña uit Zuid-Amerika. In de strikte systematiek worden de kameelachtigen als eeltpotigen naast de echte herkauwers gezet, maar ook zij herkauwen. Dwergherten (bestaande uit een aantal kantjils en dwergherten) zijn geen echte herten. Ze zijn klein en lijken er een beetje op, wat de naam verklaart. De Duitse naam Hirschferkel, ‘hertenbiggetje’, drukt goed uit dat ze tussen de varkens en herten in lijken te staan. Zo zijn er weer drie groepen: kamelen, dwergherten en hoorn- en geweidragers.

Op deze pagina worden de kamelen en de dwergherten besproken. De hoorn- en geweidragers komen aan bod op de pagina's over giraf, edelhert en gnoe, de runderen, de geitachtigen en de antilopen.

Wat herkauwen is

Herkauwers slikken hun voedsel eerst grof gekauwd door. In de pens en de netmaag wordt het door micro-organismen – bacteriën, eencelligen en schimmels – gefermenteerd. Zij breken de cellulose af die het dier zelf niet kan verteren, en leveren het dier vetzuren en, doordat ze zelf ook worden verteerd, eiwit. In rust wordt de voedselbrij in kleine porties teruggebracht naar de bek, opnieuw grondig gekauwd en weer doorgeslikt. Pas wanneer de deeltjes fijn genoeg zijn, gaan ze door naar de boekmaag, waar water wordt onttrokken, en naar de lebmaag.

De lebmaag is de eigenlijke maag, die net als bij de mens met zuur en enzymen werkt. Pens, netmaag en boekmaag zijn voormagen. Een koe, het voorbeeld op de pagina muis – leeuw – koe, herkauwt vele uren per dag. Bij de kamelen en de dwergherten is dit systeem minder volledig uitgebouwd: ze hebben drie maagafdelingen in plaats van vier. Juist dat maakt ze interessant naast de hoorn- en geweidragers.

Gedrag

Kamelen

Alle soorten leven in een droge woestijnachtige of bergachtige omgeving. Kameel en dromedaris worden net als paarden als rijdier gebruikt, en samen met de lama om lasten te dragen. De alpaca wordt voor de wol gehouden en dromedaris en kameel zijn ook leveranciers van melk en vlees.

Dromedaris met kalf
Dromedaris met kalf.

Een kameel is bijzonder geschikt om in droge gebieden te leven. Hij kan zijn lichaamstemperatuur 6 graden laten fluctueren (van 34 - 40 graden), heeft droge uitwerpselen, produceert weinig urine, bevochtigt in zijn neusholte ingeademde lucht en onttrekt het vocht er weer aan bij het uitademen. In koele perioden met sappig voedsel kunnen ze maandenlang zonder te drinken; bij hitte en zwaar werk houden ze het een à twee weken vol. Daarna kunnen ze in korte tijd meer dan honderd liter water drinken. Door hun vetbulten kunnen ze lange tijd zonder voedsel.

Dwergherten

De meeste soorten zijn solitair en de kleinere Aziatische soorten bewonen rotsig bosterrein. Het grootste dier, het Afrikaanse waterdwerghert, zoekt het water op. Hij is een goede zwemmer en kan onder water duiken. Ze leiden een verborgen bestaan en zijn schuw en actief in de nacht. Ze zijn vechtlustig en makkelijk verstoord en springen snel weg bij naderend onheil. Ze gaan liggen als varkens.

Lichaamskenmerken

Lichaamsbouw

Kameelachtigen zijn middelgrote tot grote dieren met een lange, slanke nek. De achterpoten zijn alleen bovenaan met het lichaam verbonden (bij de overige herkauwers is er ook een verbinding vanaf de knie). Daarom gaan kamelen eerst op hun knieën liggen, als ze gaan liggen.

Ze hebben twee hoeven. Het lichaamsgewicht rust er niet op, maar rust op de eeltkussens van de twee voorste teenkootjes. Alleen de voorzijden van de hoeven raken de grond. Daarom heten ze in de systematiek eeltpotigen (Tylopoda). Ze zijn bovendien telgangers: ze verplaatsen de beide poten aan één kant van het lichaam tegelijk. De poten zijn lang. Ze lopen met een kalme pas.

De hals is lang en gestrekt bij de Zuid-Amerikaanse soorten en gebogen bij de twee grote soorten. De vicuña loopt met vooruitgestrekte hals. De hals van de kameel zit laag aan de romp en zakt diep naar beneden, bij de dromedaris is de hals ook gebogen, maar meer naar boven gericht.

De vicuña is met 50 kg de kleinste soort. Het achterlichaam is hoger gebouwd dan de voorkant. Aan de onderkant van de lange hals hangt wit haar. De kop is sprekend getekend, de grote ogen en oren zijn opvallend. De alpaca stamt van dit dier af en is een stuk zwaarder.

Guanaco (110 kg), lama en alpaca zijn nauw verwant. De hals is korter. De grootste hoogte ligt midden op het lichaam. De lama stamt van de guanaco af.

Dromedaris en kameel zijn even zwaar (500 kg) en even groot. De dromedaris oogt slanker en de kop steekt boven de bult uit. De kameel toont massiever met zijn twee vetbulten. De kop steekt niet boven de bulten uit en de hals toont zwaar door de lange manen die eraan hangen. De grote kamelen slaan het reservevoedsel in de bulten op, op een plek die een beetje buiten het lichaam valt. Ze lijken hiermee wel op knaagdieren, die hun reservevoedsel buiten het lichaam opslaan en soms tijdelijk in de bek zoals de hamster.

Dwergherten zijn kleine, 50 tot 70 cm lange en 2 tot 13 kg zware dieren. Het lichaam is gedrongen met een ronde rug en is ietwat plomp gebouwd. De kop bevindt zich iets hoger dan de ruglijn en het achterlichaam is iets hoger gebouwd. Ze hebben geen hoorns of een gewei. Ze hebben korte, dunne poten en zijn niet behendig. Aan de poten zitten twee hoofd- en twee kleinere nevenhoeven.

Kleur van de vacht

De vicuña heeft een lichtbruine tot rossige vacht, die aan de onderkant wit is. Dat geldt ook voor de guanaco. Alpaca en lama zijn egaal gekleurd en kunnen verschillende kleuren hebben van wit tot bruin. Kameel en dromedaris zijn egaal donker gekleurd.

Sommige dwergherten zijn gevlekt tot gestreept. Andere hebben een bruine vacht.

Voedsel

De vicuña eet kort gras, de guanaco is een blad- en graseter, de kameel eet droge vegetatie, doorns en zoutplanten. Ze selecteren hun voedsel zodat ze relatief hoogwaardig en vezelarme bladeren eten.

Dwergherten eten voornamelijk afgevallen fruit en bladeren, maar ze eten ook insecten, krabben, vis, kleine gewervelden en aas.

Spijsverteringskanaal

Kamelen hebben meerdere magen, die minder goed zijn ontwikkeld dan bij de hoorn- en geweidragers. De pens is een eenvoudige ruimte zonder onderverdelingen. De boek- en lebmaag lopen in elkaar over. De dikke darm is een van de langste onder hoefdieren en complex gebouwd. Het spijsverteringskanaal van dromedaris en kameel is resp. 12 en 15 x de lichaamslengte (bij het rund is dat 30 x).

Dwergherten herkauwen. Van de vier magen is de boekmaag klein en nauwelijks ontwikkeld. De blinde darm ontbreekt bij het waterdwerghert. Dunne en dikke darm van de Javaanse kantjil zijn 3,20 m lang en de blinde darm is groot. Het hele spijsverteringskanaal wordt dan geschat op 4 m, dat is 8 x de lichaamslengte.

Gebit

Kameelachtigen hebben grote snijtanden in de onderkaak en rudimentaire tanden in de bovenkaak. De snijtanden zijn geplaatst zoals bij een paard. Bij de vicuña groeien de snijtanden door en zijn ze zelfs knaagdierachtig. De buitenste snijtanden zijn hoektandachtig en ook de voorste kiezen zijn hoektandachtig. De hoektanden zijn aanwezig. Tussen de voorste kiezen en de echte kiezen is een diastema. De guanaco heeft slagtandachtige hoektanden en gekromde snijtanden.

Bij de dwergherten ontbreken de bovenste snijtanden en de onderste hoektanden lijken op snijtanden, de voorkiezen hebben scherpe kronen. Beide geslachten hebben hoektanden in de bovenkaak. Die van mannetjes zijn lang en scherp en steken naar buiten.

Zintuigen

De vicuña heeft grote ogen en oren, het zien is beter ontwikkeld dan het gehoor. Bij de guanaco is het gehoor beter dan het zien. De sierlijke vicuña en guanaco zijn open voor de wereld. Wanneer een kudde lama’s of alpaca’s, die op een weiland grazen, wordt gepasseerd, dan valt op dat de dieren de passant de gehele tijd volgen. De kameel maakt een ingekeerde, bijna hooghartige indruk.

Dwergherten hebben grote ogen en ruiken en horen goed.

Karakteristiek

Kamelen en dwergherten herkauwen, maar hebben een onvolledig gespecialiseerd spijsverteringskanaal. Bij hen ontbreken ook hoorns of een gewei.

Een caravaan dromedarissen in de woestijn
Een caravaan dromedarissen in de woestijn.

Kamelen hebben lange poten en een lange nek en lopen op eeltkussens. Het zijn bij uitstek dieren die lang kunnen lopen onder slechte omstandigheden. Ze zijn om deze eigenschappen gedomesticeerd.

Bij de vicuña vallen de hoog gedragen kop, de wakkere blik, de knaagdierachtige snijtanden, het hogere achterlichaam, de sprekende kleuren en witte onderkant op. De guanaco is groter, heeft eveneens een lichte onderzijde en een rossig-bruin vel en een gebit met de slagtandachtige hoektanden. De dromedaris en de kameel zijn zwaar en groot. De kameel toont zwaarder en heeft de kop lager. Door de manen gaat de nadruk liggen op de voorkant van het lichaam.

Dwergherten zijn kleine, schuwe dieren, met een gedrongen lichaam. Sommige soorten hebben vlekken en strepen op hun vel. Er zijn scherpe hoektanden en de voorste kiezen zijn scherp. Ze eten vruchten en wortels en kleine dieren. Ze gaan liggen als varkens.

Conclusies

Vanuit de driegeleding bekeken ontstaat de volgende indeling.

  • Kamelen zijn de zenuw-zintuigdieren (3 magen, grote zintuigen, beleerbaar, loopt op eeltkussens).
  • Dwergherten zijn de hart-longdieren (3 magen, kort spijsverteringskanaal, scherpe hoektanden, gevlekt, eet vlees).
  • De hoorn- en geweidragers zijn de stofwisselings-ledematendieren (ledematen met twee hoeven, 4 ontwikkelde magen, lang spijsverteringskanaal).

Binnen de kamelen is:

  • De vicuña het meest zenuw-zintuigachtig.
  • De guanaco het meest hart-long.
  • De dromedaris en kameel zijn ledematen-stofwisseling, waarvan de kameel het meest verstofwisseld is.
Kenmerken van herkauwers
kenmerkkameelachtigendwerghertenhoorn- en geweidragers
gebitsnijtanden paardachtiggrote hoektanden, scherpe voorste kiezennadruk op kiezen
voedselgras, blad, dor materiaalplantaardig, ook dierlijkplantaardig
spijsverteringboek- en lebmaag gaan in elkaar overboekmaag klein of ontbreektalle vier magen goed ontwikkeld
gebruik/gedragrijdieren, actiefgeen, schuwvlees, melkdieren
lichaamlange poten en lange halsgedrongen, gevlektlange poten, korte hals
poten2 hoeven, eeltkussens2 hoeven + 2 bijhoeven2 hoeven
conclusiezenuw-zintuigdierenhart-longdierenstofwisseling-ledematendieren

Veelgestelde vragen

Wat is een herkauwer?

Een herkauwer is een plantenetend hoefdier dat zijn voedsel na het doorslikken opnieuw naar de bek brengt om het nog eens te kauwen. In de voormagen wordt het plantaardig materiaal door micro-organismen gefermenteerd. Runderen, schapen, geiten, antilopen, herten en giraffen zijn herkauwers.

Hoeveel magen heeft een herkauwer?

Hoorn- en geweidragers hebben vier maagafdelingen: pens, netmaag, boekmaag en lebmaag. De lebmaag is de eigenlijke maag; de andere drie zijn voormagen. Kamelen en dwergherten hebben er in feite drie.

Is een kameel een herkauwer?

Een kameel herkauwt wel, maar heeft drie maagafdelingen in plaats van vier en een andere voetbouw. In de systematiek worden de kameelachtigen daarom als eeltpotigen naast de echte herkauwers gezet.

Wat is een kantjil?

Een kantjil is een dwerghert uit Zuidoost-Azië. Dwergherten zijn geen echte herten: ze hebben geen gewei, maar de mannetjes dragen lange, scherpe hoektanden in de bovenkaak. Ze zijn klein, schuw en vooral 's nachts actief.

Hoe lang kan een kameel zonder water?

In koele perioden met sappig voedsel kan een kameel maandenlang zonder te drinken, bij hitte en zwaar werk ongeveer een à twee weken. Hij laat zijn lichaamstemperatuur schommelen, produceert weinig urine en droge mest en kan daarna in korte tijd meer dan honderd liter drinken.

Wat zit er in de bult van een kameel?

De bult bestaat vooral uit vet en dient als voedselreserve, niet als watervoorraad. De dromedaris heeft één bult, de kameel twee.

Waarom gaat een kameel eerst op de knieën liggen?

Bij kamelen is de dij niet, zoals bij andere herkauwers, tot aan de knie met de romp verbonden. De achterpoten staan daardoor vrijer onder het lichaam. Bij het gaan liggen zakken kamelen eerst op de voorknieën.

Wat is het verschil tussen lama, alpaca, guanaco en vicuña?

Guanaco en vicuña zijn de wilde Zuid-Amerikaanse kameelachtigen. De lama stamt af van de guanaco en wordt als lastdier gebruikt, de alpaca stamt af van de vicuña en wordt voor de wol gehouden. De vicuña is met ongeveer 50 kg de kleinste.

Hoe worden de herkauwers ingedeeld volgens de driegeleding?

In deze manier van kijken zijn de kamelen de zenuw-zintuigdieren, met lange poten, grote zintuigen en eeltkussens. De dwergherten zijn de hart-longdieren, met scherpe hoektanden, een gevlekte vacht en ook dierlijk voedsel. De hoorn- en geweidragers zijn de stofwisseling-ledematendieren, met vier goed ontwikkelde magen.

↑