Dynamisch

Dieren met hoorns en gewei: materiaal, bouw en het verschil ertussen

Uit welk materiaal hoorns bestaan en hoe een gewei daarvan verschilt.

De rechte hoorns van de giraf
De rechte hoorns van de giraf.

Dieren met hoorns en gewei

Welk dier met hoorns heeft echte hoorns, en welk draagt iets dat er alleen op lijkt? Wie de hoefdieren overziet, vindt verschillende groepen met iets op de kop: neushoorns, runderen, antilopen, geiten en schapen, giraffen en herten. Op de neushoorns na zijn dat allemaal herkauwers. Wat ze dragen, is echter niet overal hetzelfde. De hoorns van runderen, geiten en antilopen zijn in grote lijnen gelijk, maar de hoorn van de neushoorn, de hoorntjes van de giraf en het gewei van een hert zijn elk anders gebouwd.

Veel over de afzonderlijke soorten staat op de pagina's van de diergroepen zelf, zoals de runderen, de antilopen en de hoorn- en geweidragers. Deze pagina zet de vormen naast elkaar en stelt steeds dezelfde vraag: uit welke lagen van de huid en het skelet is het uitsteeksel opgebouwd, en wat zegt dat over het dier?

Welke dieren met hoorns zijn er?

De grootste groep dieren met hoorns zijn de holhoornigen. Daartoe behoren de runderen, met de koe, de bizon, de wisent, de buffels en de jak, de geiten en schapen, met de steenbok, de gems en de moeflon, en de grote en veelvormige groep van de antilopen, van de kleine duiker tot de oryx en de gnoe. Ook de muskusos hoort erbij. Bij veel van deze soorten dragen beide geslachten hoorns, bij andere, zoals de impala, alleen de mannetjes.

Daarnaast zijn er dieren met hoorns die anders gebouwd zijn. De neushoorns dragen één of twee hoorns op de neus. Giraffen en okapi's hebben korte, met huid bedekte hoorntjes. En in Noord-Amerika leeft de gaffelbok, die een eigen hoorntype heeft. Herten hebben geen hoorns, maar een gewei, en varkens hebben geen van beide; sommige soorten hebben wel wratten op de kop.

In de volksmond worden ook andere dieren met hoorns genoemd, zoals de neushoornkever of de gehoornde kameleons. Hun uitsteeksels zijn echter heel anders van bouw en ontstaan, en blijven hier buiten beschouwing.

Uit welk materiaal bestaan hoorns?

Waar is een hoorn van gemaakt? Het antwoord verschilt per diergroep, en de neushoorn is de grote uitzondering. Een hoorn van een rund, geit of antilope heeft twee delen. Binnenin zit de hoornpit: een uitsteeksel van het voorhoofdsbeen, van levend bot met bloedvaten en zenuwen. Bij veel soorten is die pit hol, en de holte staat in verbinding met de voorhoofdsholte. Daaromheen ligt de lederhuid, en daarover de opperhuid, die een dikke, dode schede van hoorn vormt. Die schede bestaat uit keratine, hetzelfde materiaal waaruit haar, nagels, klauwen en hoeven zijn opgebouwd.

De korte rechte hoorns van een duiker
De korte rechte hoorns van een duiker.

De hoornschede groeit vanaf de basis aan en schuift als een koker over de pit naar buiten. Bij veel soorten, zoals de gems en de steenbok, zijn daardoor groeiringen te zien, omdat de groei in de winter trager gaat dan in de zomer. Een hoorn wordt nooit afgeworpen. Hij blijft het hele leven zitten en groeit bij de meeste soorten langzaam door.

Omdat de pit leeft, is een hoorn warm. Wie de hoorn van een koe aanraakt, voelt de temperatuur van het dier erin. Het materiaal bestaat dus uit drie lagen: bot, lederhuid en opperhuid, alle drie levend op de verhoornde buitenkant na.

Hoorns zijn recht, gebogen of gedraaid en eindigen in een scherpe punt. Ze kunnen glad zijn of ribbels hebben, en hun lengte loopt uiteen van een paar centimeter bij de kleinste antilopen tot meer dan een meter bij de grootste. Anders dan een gewei ontstaan ze pas na de geboorte.

De neushoorn: hoorn als materiaal zonder botkern

De hoorn van de neushoorn is anders gevormd dan alle andere hoorns. Hij bestaat alleen uit keratine, gevormd door de opperhuid, en is dood. Er zit geen botkern in; de hoorn rust op een ruw, verdikt deel van het neusbeen. De hoorn van een neushoorn is zo materiaal dat van begin tot eind uit de huid voortkomt, samengesteld uit dicht opeengepakte vezels. De witte en de zwarte neushoorn hebben twee hoorns achter elkaar, de Indische en de Javaanse neushoorn één, de Sumatraanse weer twee.

Omdat de hoorn geen bot bevat en geen bloedvaten heeft, kan hij worden afgezaagd, waarna hij weer aangroeit. Dat de neushoornhoorn uit opperhuid bestaat en niet uit bot, verklaart ook waarom een beschadigde hoorn zich niet zelf herstelt zoals bot, maar alleen van onderaf aangroeit. Het is in wezen hetzelfde materiaal als dat van nagels en hoeven.

De neushoorn is bovendien geen herkauwer, maar een onevenhoevige, net als het paard en de tapir. Meer over die groep staat op de pagina over de onevenhoevigen.

Hoorns en wratten

Een vergelijking met de varkens maakt de lagen extra duidelijk. Bij de varkensachtigen komen geen hoorns voor, maar een paar soorten hebben wratten, zoals het wrattenzwijn en het knobbelzwijn. Die wratten bestaan uit opperhuid en lederhuid. Ze zitten tussen de neus en de ogen en zijn gevoelig en levend; meer over die dieren staat op de pagina over varkensachtigen.

Wie de drie naast elkaar legt, ziet een reeks. De neushoorn heeft hoorns op de neus die alleen uit opperhuid bestaan. Wrattenzwijnen hebben wratten tussen neus en ogen, uit opperhuid en lederhuid. Herkauwers hebben hoorns op het voorhoofd, uit opperhuid, lederhuid en bot. Van voren naar achteren op de kop komen er dus steeds meer lagen bij, en het uitsteeksel wordt steeds levender.

Ook de spijsvertering van deze drie groepen verschilt, en in dezelfde richting. De neushoorn heeft een grote blinde darm en verteert zijn voedsel grotendeels achterin het darmstelsel. Varkens hebben een goed ontwikkelde maag en verteren in het midden. Herkauwers hebben een pens en twee andere voormagen voor de eigenlijke maag, en verteren hun voedsel voorin.

Gegevens van hoorns en wratten
soortplaatsopperhuidlederhuidbotspijsvertering
neushoornneus+––blinde darm
zwijnentussen neus en ogen++–maag
herkauwersvoorhoofd+++pens

De hoorns van de giraf

Bij de herkauwers staan hoorns en geweien alle op het voorhoofd. De hoorns van de giraf zijn echter anders gevormd dan die van de holhoornigen, en een gewei is weer iets anders dan een hoorn.

De lange rechte hoorns van de oryx
De lange rechte hoorns van de oryx.

De hoorns van de giraf zijn kort, recht en aan het eind stomp. Ze bestaan uit bot, dat ontstaat uit kraakbeen en later met de schedel vergroeit, en ze blijven bedekt met zachte, behaarde huid, met aan de bovenkant een krans van haren. Bij oudere stieren is aan de uiteinden vaak het bot zichtbaar, doordat het haar is afgesleten bij het vechten. Door afzetting van kalk kunnen er bij stieren nog bulten bijkomen, waaronder een in het midden voor de hoorns. De giraf wordt al met hoorns geboren. Ze liggen dan plat en richten zich na de geboorte op.

De verschillen met de holhoornigen zijn duidelijk. De huid van de hoorn van een rund is verhoornd, die van de giraf blijft zacht. De hoorn van een rund loopt uit in een punt, die van een giraf is recht en stomp. Hoorns van holhoornigen zijn vaak gebogen of gedraaid, die van de giraf zijn recht. Bij runderen bekleedt de hoornlaag de hele hoorn, bij de giraf is de hoorn met gewone huid bedekt. Een giraf wordt met hoorns geboren, bij holhoornigen ontstaan ze pas daarna. En waar runderen twee hoorns hebben, kunnen mannelijke giraffen er twee hebben met enkele extra verbeningen erbij.

Het gewei van herten

Een gewei is geen hoorn. Het bestaat uit vertakt, kaal bot, en bij bijna alle herten dragen alleen de mannetjes het; bij het rendier heeft ook het vrouwtje een gewei. Het gewei groeit op een kort, blijvend uitsteeksel van het voorhoofdsbeen, de rozenstok, met daarboven een verdikking, de rozenkrans.

Een gewei wordt ieder jaar opnieuw gevormd en na enkele maanden weer afgeworpen. Tijdens de groei heet het een bastgewei. Van binnen naar buiten is er dan bot dat snel wordt afgezet en verbeent, daaromheen bloedvaten en zenuwen, en aan de buitenkant een behaarde huid, de bast. Gewei behoort tot de snelst groeiende weefsels die bij zoogdieren bekend zijn. Als het gewei volgroeid is, sterft de bast af en wordt afgeveegd aan struiken en jonge bomen. Wat overblijft, voelt koud aan en is levenloos. Het gewei draagt het hert daarna door de paartijd heen, waarna het afvalt en de cyclus opnieuw begint.

Het aantal takken of einden neemt bij veel soorten met de leeftijd toe. De vorm varieert van recht via bolvormig en waaiervormig tot breed en afgeplat, zoals de schoppen van de eland.

Hoorn en gewei vergeleken

Wie hoorn, giraffenhoorn en gewei naast elkaar legt, ziet drie manieren waarop hetzelfde bouwplan wordt uitgewerkt. Bij de giraf blijven alle drie de lagen levend en zacht. Bij de holhoornigen blijven ze eveneens levend, maar verhoornt de buitenste laag tot een harde schede. Bij het hert zijn er tijdens de groei drie lagen, maar daarna blijft alleen het dode bot over.

Kenmerken van hoorns en geweien
kenmerkgirafhertenholhoornigen
lagen33 bij groei, daarna 1 (bot)3
dood, levendlevenddoodlevend
opperhuidsoepelsoepel bij de groei, sterft af en wordt afgeveegdverhoornd
groeipermanentjaarlijkspermanent
aantal2–52, alleen bij mannetjes, m.u.v. rendier2
vormrechtvertakt, uitwaaierendinwikkelende spiraal

Een bijzondere tussenvorm is de gaffelbok uit Noord-Amerika. Hij heeft een blijvende botkern zoals een rund, maar werpt de hoornschede elk jaar af, en die schede is bovendien vertakt. Hij staat daarmee precies tussen een hoorn en een gewei in, en laat zien dat de twee vormen niet zo ver uit elkaar liggen als het lijkt.

Ook de functie loopt uiteen. Hoorns zijn blijvende wapens en werktuigen: ze dienen voor verdediging tegen roofdieren, voor het vechten om rangorde en bij sommige soorten voor het afgeven van warmte via de doorbloede pit. Een gewei is vooral een teken en wapen voor de paartijd. Het groeit toe naar het moment van de bronst, en daarna heeft het zijn werk gedaan.

Hoorns, leeftijd en gevecht

Omdat een hoorn blijft zitten en van onderaf aangroeit, draagt hij de geschiedenis van het dier mee. Bij de gems, de steenbok en de moeflon zijn de jaarlijkse groeiringen zo duidelijk dat de leeftijd van een dier eraan kan worden afgelezen. De punt is het oudste deel, de basis het jongste. Bij een gewei is dat anders: elk jaar begint het opnieuw, en een oud hert draagt een nieuw gewei op een oude rozenstok.

De hoorns van de impala gaan naar buiten en naar binnen
De hoorns van de impala gaan naar buiten en naar binnen.

Ook in het gevecht laat de bouw zich zien. Rammen en steenbokken lopen met gebogen kop op elkaar in en vangen de klap op met hoorns en voorhoofd. De holle hoornpit en de holten in het voorhoofdsbeen maken de schedel licht en toch sterk. Runderen en buffels duwen en wringen eerder met hun hoorns dan dat ze botsen. Herten haken hun geweien in elkaar en duwen elkaar weg, waarbij de vertakkingen de stoten van de tegenstander opvangen.

Bij melkvee worden de hoorns vaak al bij het kalf verwijderd, het onthoornen, omdat dieren in een stal elkaar met hoorns kunnen verwonden. Een koe zonder hoorns is daardoor voor veel mensen een gewoon beeld geworden, terwijl bijna alle wilde runderen hoorns dragen.

Rassen en klimaat

Opvallend is dat bij runderrassen, en niet bij wilde soorten, lange hoorns vooral voorkomen in warme streken, zoals bij het Watusirund in Afrika en de longhorn in Texas, terwijl hoornloze rassen vooral uit Scandinavië en Groot-Brittannië komen. De hoorns van Nederlandse runderen, zoals het Maas-Rijn-IJsselvee en het Fries-Hollandse vee, zijn korter dan die van Franse en Zwitserse rassen. Wie die reeks bekijkt, ziet een verband tussen warmte en hoornlengte dat bij het bouwplan van de levende, warme hoornpit goed past.

Hoorn- en geweivormen

In de fenomenologische benadering van Schad worden de hoefdieren in drie groepen ingedeeld, en die indeling is ook in de vorm van hoorn en gewei terug te zien. Rechte hoorns komen voor bij kleine antilopen, paardantilopen en gemzen: dieren die hun voedsel zorgvuldig uitkiezen en in die benadering als zenuw-zintuigdieren zijn gekenschetst. Bij de herten geldt dat voor soorten met een recht gewei, zoals het ree.

Sterk gebogen hoorns komen voor bij runderen, gnoes en de muskusos: dieren die grote hoeveelheden laagwaardig voedsel eten en als stofwisseling-ledematendieren zijn gekenschetst. Bij de herten is dat de eland met zijn brede, afgeplatte gewei.

Tussenvormen komen voor bij dieren die zowel selecteren als grazen, in het Engels intermediate feeders genoemd. In deze benadering zijn het de hart-longdieren. Bij de herten is het edelhert met zijn bolvormige gewei een goede vertegenwoordiger. Het rechte gewei van het ree, het bolvormige van het edelhert en het afgeplatte van de eland vormen zo een reeks, en die reeks loopt parallel aan de manier waarop de drie soorten hun voedsel zoeken: het ree knabbelt knoppen en kruiden, het edelhert graast en bladert, en de eland staat tot de knieën in het water en eet waterplanten en twijgen in grote hoeveelheden.

Voor wie de dieren met hoorns op die manier bekijkt, wordt de kop een samenvatting van het hele dier. Een gems met zijn korte, rechte, naar achteren omgebogen haakjes staat op een rotsrichel en kiest elke plant met zorg; een muskusos met zijn zware, over het voorhoofd gegroeide hoornbasis staat in een kring met zijn kudde en keert de hoorns naar buiten tegen de wolven.

Rechte spiesoryx, gemsbok
Zijwaartse boogrund
Haakgems
Achterwaartse booggeit, steenbok
Spiraalram
Geweiedelhert
Vormreeks van hoorn tot gewei: vijf hoornvormen van holhoornige dieren en, als tegenhanger, het vertakte gewei van een hert.

Veelgestelde vragen

Welke dieren hebben hoorns?

Echte hoorns hebben de holhoornigen: runderen, geiten, schapen en antilopen. Daarnaast dragen de neushoorns een hoorn op de neus, de giraffen korte, met huid bedekte hoorntjes, en de Noord-Amerikaanse gaffelbok een eigen soort hoorn. Herten hebben geen hoorns, maar een gewei.

Uit welk materiaal bestaat een hoorn?

Een hoorn van een rund, geit of antilope bestaat uit een kern van levend bot, die uit het voorhoofdsbeen groeit, met daaromheen een schede van keratine. Keratine is hetzelfde materiaal waaruit haar, nagels en hoeven bestaan. De schede groeit vanaf de basis aan en wordt nooit afgeworpen.

Waaruit bestaat de hoorn van een neushoorn?

De hoorn van een neushoorn bestaat helemaal uit keratine, zonder botkern. Waar is een hoorn van gemaakt bij de neushoorn? Uit samengeperste hoornvezels van de opperhuid, die op een ruw deel van het neusbeen vastzitten. Wordt de hoorn afgezaagd, dan groeit hij weer aan.

Wat is het verschil tussen hoorns en een gewei?

Hoorns bestaan uit een botkern met een schede van keratine, blijven het hele leven zitten en zijn niet vertakt. Een gewei bestaat uit kaal bot, is vaak vertakt en wordt elk jaar afgeworpen en opnieuw gevormd. Hoorns komen bij holhoornigen vaak bij beide geslachten voor, een gewei bijna alleen bij mannetjes.

Waarom werpen herten hun gewei af?

Het gewei is na het vegen dood bot, dat alleen nog op de rozenstok vastzit. Na de paartijd verzwakt de verbinding en valt het gewei af, waarna in korte tijd een nieuw gewei aangroeit, vaak met meer takken dan het vorige. Zo past het gewei zich elk jaar aan leeftijd en conditie aan.

Hebben vrouwtjes ook een gewei?

Bij bijna alle herten hebben alleen de mannetjes een gewei. De uitzondering is het rendier, waar ook de vrouwtjes een gewei dragen. Bij runderen, geiten en veel antilopen hebben beide geslachten hoorns.

Heeft een giraf hoorns?

Een giraf heeft korte, stompe hoorntjes die uit bot bestaan en met gewone, behaarde huid bedekt blijven. Ze zijn bij de geboorte al aanwezig, liggen dan plat en richten zich daarna op. Ze worden nooit afgeworpen en er zit geen hoornschede omheen.

Zijn hoorns gevoelig?

De hoorn van een rund of geit bevat een levende botkern met bloedvaten en zenuwen, en is daardoor warm en in de basis gevoelig. De hoornschede zelf is dood materiaal. Een gewei is na het vegen dood bot en voelt koud aan.

Wat is een bastgewei?

Een bastgewei is een gewei dat nog groeit. Het is bedekt met een zachte, behaarde huid, de bast, waarin bloedvaten en zenuwen lopen die het groeiende bot voeden. Als het gewei volgroeid is, sterft de bast af en veegt het hert hem af aan struiken en jonge bomen.

Welk dier met hoorns werpt toch iets af?

De gaffelbok uit Noord-Amerika is het enige dier met hoorns dat de hoornschede elk jaar afwerpt. De botkern blijft staan en er groeit een nieuwe schede omheen. Daarmee staat hij tussen een hoorn en een gewei in.

↑