Dynamisch

De zes nevenoefeningen van Rudolf Steiner

This page in English →

De zes oefeningen
Illustratie bij: De zes oefeningen

In de antroposofie worden zes eenvoudige oefeningen beschreven die Rudolf Steiner gaf om het denken, voelen en willen te ontwikkelen en zuiverder te maken. Ze worden nevenoefeningen of basisoefeningen genoemd, omdat ze naast de meditatie kunnen worden gedaan. Ook los van meditatie worden ze beoefend; wie ermee werkt, beschrijft vaak dat de oefeningen tot meer zelfkennis leiden en het dagelijks leven interessanter maken.

Denken, voelen en willen vormen in dit mensbeeld samen de ziel. Door ze eerst afzonderlijk en daarna in combinaties te oefenen, wordt volgens Steiner de ziel versterkt.

Voor het doen van deze oefeningen worden verschillende redenen genoemd:

  • Bij het mediteren komen denken, voelen en willen losser van elkaar te staan en kunnen ze hun eigen weg gaan. Iemand voelt dan iets en denkt iets dat met dat gevoel geen verband heeft: er is medelijden, maar de gedachte luidt "zoek het zelf maar uit". Of iemand doet iets wat niet was bedacht en waar hij achteraf niet tevreden mee is.
  • Ook in het gewone leven is volgens deze benadering waar te nemen dat de band tussen denken, voelen en willen losser wordt. De oefeningen zijn bedoeld om hem te versterken.
  • Soms valt op dat denken, voelen en willen automatisch verlopen en dat er gedachten, gevoelens en handelingen zijn die niet zo fraai zijn. De nevenoefeningen worden beschreven als een manier om ze te zuiveren.

De zes oefeningen

  1. Denkoefening: heeft als doel controle te krijgen over het denken.
  2. Wilsoefening: heeft als doel controle te krijgen over het handelen.
  3. Gevoelsoefening: heeft als doel zich bewust te worden van het eigen gevoel, sterke gevoelens minder sterk te beleven en zwakke en subtiele gevoelens sterker.
  4. Positiviteitsoefening: heeft als doel naast het lelijke en slechte ook het positieve waar te nemen. In deze oefening worden denken en voelen gecombineerd.
  5. Onbevangenheidsoefening: heeft als doel altijd open te staan voor nieuwe ervaringen. In deze oefening worden voelen en willen gecombineerd.
  6. Innerlijke harmonie: als zesde worden de vorige oefeningen naar behoefte herhaald, met als doel harmonie te scheppen tussen denken, voelen en willen.

Het doel van de oefeningen

Als doelen worden in de traditie genoemd:

  • zich meer bewust worden van hoe men denkt, voelt en wil of handelt;
  • meer controle over deze drie krijgen;
  • zuiverder denken, voelen en handelen;
  • van denken, voelen en willen een harmonisch geheel maken en ze integreren.

De oefeningen kunnen alleen of in een groep worden gedaan. In een groep kunnen ervaringen worden uitgewisseld, en beoefenaars geven aan dat ze de oefeningen dan vaak langer volhouden. Hoewel de oefeningen eenvoudig zijn, blijkt het niet makkelijk ze vol te houden, omdat het gewone leven veel aandacht vraagt. Sommigen noteren daarom dagelijks welke oefening ze wel of niet hebben gedaan en hoe die is verlopen.

Steiner heeft over de duur van de oefeningen verschillende uitspraken gedaan. In het algemeen wordt aanbevolen alle oefeningen na elkaar en in de genoemde volgorde te doen en elke oefening vier weken vol te houden. Volgens de antroposofische opvatting wordt de verworven vaardigheid na vier weken oefenen in het gewoontelichaam (levens- of etherlichaam) opgenomen.

In de beschrijvingen van de oefenweg is de eerste week vaak die van het enthousiasme: de oefening is nieuw en trekt de beoefenaar vooruit. Daarna moet het enthousiasme van binnenuit worden opgewekt. De oefening wordt dan moeilijker en moet op eigen kracht worden gedaan. Juist dan werkt ze volgens deze opvatting sterker.

Ook een wisseling waarbij elke oefening een week wordt gedaan, wordt als werkzaam beschreven. Hoe iemand de oefeningen doet, hangt uiteindelijk af van eigen mogelijkheden en interesse.

Een raad die in de literatuur vaak terugkeert: de oefeningen serieus doen, maar niet te serieus nemen, en ze geen plicht laten worden. Met een beetje humor komt men verder, luidt het dan.

Literatuur

Dam, J. van, 1999. Het zesvoudige pad. Vrij Geestesleven, Zeist. Flensburger Hefte 47, 1994. Übungen zur Selbsterziehung.

Veelgestelde vragen

Wat zijn de nevenoefeningen van Rudolf Steiner?

Het zijn zes eenvoudige oefeningen die Steiner gaf voor het denken, het voelen en het willen. Ze heten nevenoefeningen of basisoefeningen omdat ze in zijn leer naast de meditatie staan.

Waarom staan de oefeningen in een vaste volgorde?

In de traditie worden eerst denken, willen en voelen afzonderlijk geoefend en daarna in combinaties. De zesde oefening, de innerlijke harmonie, brengt de vorige vijf samen.

Hoe lang wordt een oefening gedaan?

Steiner heeft daar verschillende uitspraken over gedaan. Vaak wordt aangeraden elke oefening vier weken vol te houden; een wekelijkse afwisseling komt in de literatuur ook voor.

↑