Naast de nevenoefeningen van Rudolf Steiner bestaan er kleine oefeningen die zich richten op wat er innerlijk gebeurt bij denken en voelen. De meeste worden met z'n tweeën gedaan: de een geeft een opgave, de ander let op wat er innerlijk gebeurt.
Sommen
Wat gebeurt er bij het oplossen van sommen? In deze oefening leest iemand sommen voor, en de beoefenaar let erop hoe en waar het antwoord ontstaat. Er worden makkelijke en moeilijkere opgaven gebruikt.
Bijvoorbeeld: 3 x 6; 2 + 5; 21 + 14; 36 - 21; 5 - 1; 9 x 9.
Voorstelling
Iemand noemt begrippen op, ongeveer om de minuut. De beoefenaar neemt waar wat er innerlijk gebeurt. Worden de begrippen gezien, gehoord, op een andere manier ervaren? Waar? Wat wordt er waargenomen?
Bal, fiets, ballon, glas, fles, potlood.
Aanvullen
Iemand zegt zinnen waarin een begrip ontbreekt. De vraag is hoe het aanvullen gebeurt en waar het begrip vandaan komt.
Voorbeelden zijn "Een fiets heeft twee (…)" en "Die vrouw is (…)".
Voorstelling
Er wordt een voorstelling van iets gemaakt, die een tijd innerlijk blijft staan. Dan wordt de rechterarm gestrekt en gaat de rechterhand naar het hoofd toe. De vraag is wat er met de voorstelling gebeurt.
Gevoelens
Er wordt een gevoel opgeroepen via een herinnering waarin dat gevoel aanwezig was. Herinnering en gevoel worden versterkt, daarna wordt de herinnering losgelaten, zodat het gevoel overblijft. Dan volgt de vraag wat er aan dat gevoel is waar te nemen: waar het in het lichaam zit, welke kleur en temperatuur het heeft, welke gewaarwording het geeft. Voor de verschillende manieren van waarnemen, zie ook de twaalf zintuigen.
Deze oefeningen zijn gebaseerd op het werk van Dorian Schmidt over het onderzoek naar vormkrachten, met voorbereidende oefeningen voor het denken en voelen. Ze zijn ook beschreven in zijn boek Lebenskräfte – Bildekräfte – Methodische Grundlagen zur Erforschung des Lebendigen, in 2010 verschenen bij Freies Geistesleben in Stuttgart.
