Wat zijn ongewervelde dieren?
Ongewervelde dieren zijn alle dieren zonder wervelkolom. Ze hebben geen ruggengraat, geen schedel van bot en geen inwendig skelet zoals een vis, een vogel of een mens. De naam is dus een ontkenning: hij zegt wat deze dieren niet hebben. Dat maakt het een heel bonte verzameling. Een vlinder, een regenworm, een mossel, een kwal en een zeester horen er allemaal bij, terwijl ze onderling veel minder op elkaar lijken dan een kikker op een mens.
Tegenover de ongewervelde dieren staan de gewervelde dieren: vissen, amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren. Die groep is veel kleiner. Het overgrote deel van alle bekende diersoorten is ongewerveld, en alleen de insecten zijn al goed voor meer dan de helft van alle beschreven soorten. Elk jaar worden er nieuwe soorten beschreven, vooral kleine insecten, mijten en diepzeedieren.
Ongewervelde dieren leven overal: in de bodem, in zoet en zout water, in de lucht, in bomen en in huis. Veel van hen zijn klein, maar niet allemaal. In de diepzee leven inktvissen die groter zijn dan een mens, en sommige kwallen hebben tentakels van vele meters.
Skelet: buiten, binnen of helemaal niet
Een lichaam heeft steun nodig, en ongewervelde dieren hebben daar verschillende oplossingen voor. De geleedpotigen, zoals insecten, spinnen en krabben, hebben een uitwendig skelet. Dat is een harde laag aan de buitenkant, gemaakt van chitine, bij kreeften en krabben versterkt met kalk. Het beschermt het dier als een harnas, voorkomt dat het uitdroogt en biedt aan de binnenkant houvast voor de spieren. De poten zijn geleed: ze bestaan uit stukken die in scharnieren tegen elkaar bewegen.
Een uitwendig skelet groeit niet mee. Daarom moet een geleedpotige van tijd tot tijd vervellen. Het dier maakt een nieuwe, zachte laag onder de oude, kruipt uit het oude pantser en pompt zich op voordat de nieuwe laag hard wordt. In die korte tijd is het kwetsbaar. Wie in het voorjaar een leeg spinnenvel of een leeg libellenhuidje aan een rietstengel vindt, ziet wat er van zo'n vervelling overblijft.
Weekdieren hebben vaak een schelp van kalk. Die schelp is geen skelet in de eigenlijke zin, maar een huisje dat het dier zelf maakt en dat met de rand mee aangroeit. Een slak trekt zich erin terug, een mossel sluit zijn twee kleppen. Wormen hebben helemaal geen hard skelet. Een regenworm krijgt zijn stevigheid van vocht onder druk in de lichaamsholte, een soort waterskelet, en van twee lagen spieren die hem afwisselend lang en dun of kort en dik maken. Zo kruipt hij door de grond.
Stekelhuidigen, zoals zeesterren en zee-egels, hebben wel een skelet binnenin: kleine kalkplaatjes onder de huid. Het zijn geen wervels, en daarom tellen ze toch als ongewervelde dieren.
De grote groepen
Insecten
Insecten zijn de grootste groep dieren op aarde. Hun lichaam bestaat uit drie delen: kop, borststuk en achterlijf. Aan het borststuk zitten zes poten en bij de meeste soorten vier of twee vleugels. Op de kop zitten twee voelsprieten, waarmee ze ruiken en tasten, en vaak grote samengestelde ogen die uit vele kleine oogjes bestaan. Kevers, vliegen, vlinders, bijen, mieren, sprinkhanen en libellen zijn insecten.
Veel insecten maken een gedaanteverwisseling door. Bij een volledige gedaanteverwisseling komt uit het ei een larve die heel anders is dan het volwassen dier, zoals een rups bij een vlinder of een made bij een vlieg. De larve verpopt zich, en uit de pop komt het volwassen insect. Bij een onvolledige gedaanteverwisseling, zoals bij sprinkhanen en libellen, lijkt het jonge dier al op het volwassen dier en groeit het via een aantal vervellingen op, zonder popstadium.
Insecten ademen niet met longen, maar via een netwerk van dunne buisjes, de tracheeën, die met kleine openingen in de zijkant van het lichaam uitkomen. Hun bloed wordt niet door vaten gepompt maar stroomt vrij tussen de organen, een open bloedsomloop.
Spinachtigen
Spinachtigen hebben acht poten en een lichaam van twee delen: een kopborststuk en een achterlijf. Ze hebben geen voelsprieten en geen vleugels. Voor aan de kop zitten kaakachtige aanhangsels waarmee ze prooi grijpen en vaak gif inspuiten. Spinnen maken zijde uit spinklieren in het achterlijf en weven daar webben, cocons of draden mee. Ook teken, mijten, hooiwagens en schorpioenen horen bij de spinachtigen. Veel spinnen ademen met boeklongen, dunne plaatjes die als de bladzijden van een boek naast elkaar liggen.
Kreeftachtigen
Kreeftachtigen leven bijna allemaal in het water. Ze hebben een pantser dat met kalk versterkt is, twee paar voelsprieten en veel poten, waarvan sommige zijn omgevormd tot scharen, zwempootjes of monddelen. Ze ademen met kieuwen. Kreeften, krabben, garnalen en watervlooien horen erbij, en ook de pissebed, die als een van de weinige kreeftachtigen op het land leeft maar wel vochtige plekken nodig heeft.
Duizendpoten en miljoenpoten
Duizendpoten en miljoenpoten zijn geleedpotigen met een lang lichaam uit vele ringen. Duizendpoten hebben één paar poten per ring en zijn snelle jagers met giftige kaken. Miljoenpoten hebben twee paar poten per ring, zijn trager en eten rottend plantenmateriaal. Geen van beide heeft werkelijk duizend of een miljoen poten.
Weekdieren
Weekdieren hebben een zacht lichaam zonder geledingen. De meeste hebben een gespierde voet om zich voort te bewegen en een mantel, een huidplooi die bij veel soorten een schelp maakt. Er zijn drie bekende groepen. De slakken hebben meestal een gedraaide schelp en een raspende tong om planten af te schrapen; naaktslakken hebben geen uitwendige schelp. De tweekleppigen, zoals de mossel, de kokkel en de oester, zitten in een schelp van twee helften en filteren voedsel uit het water. De inktvissen of koppotigen, zoals de octopus en de pijlinktvis, hebben armen met zuignappen, grote ogen en een goed ontwikkeld zenuwstelsel. Ze zijn snel en kunnen van kleur veranderen.
Wormen
Wormen is een verzamelnaam voor dieren met een lang, zacht lichaam zonder poten, die tot verschillende groepen horen. De ringwormen, zoals de regenworm, de zeepier en de bloedzuiger, hebben een lichaam dat uit vele ringen bestaat. De regenworm maakt de bodem luchtig en trekt bladeren de grond in, waar ze verteren. De platwormen zijn plat en dun; sommige leven vrij in het water, andere als parasiet, zoals de lintworm. De rondwormen zijn meestal heel klein en leven in grote aantallen in de bodem, in water en als parasiet in planten en dieren.
Neteldieren
Neteldieren zijn eenvoudig gebouwde waterdieren met een zakvormig lichaam en één opening die tegelijk mond en uitgang is. Rond die opening staan tentakels met netelcellen: kleine kapseltjes met een opgerolde draad die bij aanraking naar buiten schiet en een verlammend gif inspuit. Wie in zee door een kwal is geraakt, heeft dat gevoeld. Kwallen, zeeanemonen, koralen en het zoetwaterpoliepje horen bij de neteldieren. Koralen bouwen samen kalkskeletten, waaruit in warme zeeën hele riffen ontstaan.
Stekelhuidigen
Stekelhuidigen leven alleen in zee. Het volwassen dier is vaak vijfstralig gebouwd, zoals bij de zeester met zijn vijf armen. Onder de huid liggen kalkplaatjes, vaak met stekels, vandaar de naam. Ze bewegen zich met honderden kleine buisvoetjes die door water onder druk worden bewogen. Zeesterren, zee-egels, zeekomkommers en slangsterren horen bij deze groep. Een zeester die een arm verliest, kan die weer aangroeien.
Sponzen
Sponzen zijn de eenvoudigst gebouwde dieren. Ze zitten vast op de bodem, hebben geen organen, geen spieren en geen zenuwen, en filteren voedsel uit het water dat door hun poriën stroomt. Lang werd gedacht dat het planten waren.
Hoe houd je de groepen uit elkaar?
| Groep | Lichaam | Poten | Steun | Voorbeelden |
|---|---|---|---|---|
| Insecten | kop, borststuk, achterlijf | zes | uitwendig skelet | kever, bij, vlinder |
| Spinachtigen | kopborststuk, achterlijf | acht | uitwendig skelet | spin, teek, schorpioen |
| Kreeftachtigen | kopborststuk, achterlijf | veel, vaak tien of meer | pantser met kalk | krab, garnaal, pissebed |
| Weekdieren | voet, mantel, vaak schelp | geen | schelp of geen | slak, mossel, octopus |
| Wormen | lang, zacht, vaak geringd | geen | vocht onder druk | regenworm, bloedzuiger |
| Neteldieren | zakvorm met tentakels | geen | water en gelei | kwal, zeeanemoon, koraal |
| Stekelhuidigen | vaak vijfstralig | buisvoetjes | kalkplaatjes | zeester, zee-egel |
De eerste vraag is meestal: heeft het dier gelede poten? Dan is het een geleedpotige, en het aantal poten vertelt de rest. Zes poten is een insect, acht een spinachtige, veel poten aan een lang lichaam een duizendpoot of miljoenpoot, en veel poten met een pantser, twee paar voelsprieten en kieuwen een kreeftachtige. Heeft het dier geen poten, dan helpen de schelp, de vorm en de leefomgeving. Een zacht dier met een voet en vaak een schelp is een weekdier. Een lang, zacht dier zonder poten is een worm. Een waterdier met tentakels en netelcellen is een neteldier, en een zeedier met vijf armen of stekels een stekelhuidige.
Ongewervelde dieren in en om het huis
Wie ongewervelde dieren wil bekijken, hoeft niet ver te zoeken. Onder een steen in de tuin leven pissebedden, miljoenpoten, regenwormen en slakken. Op bloemen zitten bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders, in de hoek van het raam een spin in haar web. In een sloot zwemmen watervlooien, schrijvertjes en larven van libellen, en aan de Nederlandse kust liggen schelpen van kokkels en mossels, strandkrabben en soms aangespoelde kwallen. Een loep is genoeg om te zien hoe verschillend de bouw is: de zes poten van een kever naast de acht van een spin, of de ringen van een regenworm naast de zachte voet van een slak.
Ongewervelde dieren doen veel werk waar mensen van afhankelijk zijn. Bijen, hommels en andere insecten bestuiven bloemen, ook van veel gewassen. Regenwormen en andere bodemdieren verwerken dode bladeren tot humus. Insecten, wormen en kreeftjes zijn voedsel voor vogels, vissen, amfibieën en reptielen, zodat een groot deel van de gewervelde dieren zonder hen niet zou kunnen bestaan. Hoe gewervelde dieren zelf zijn ingedeeld, staat op de pagina over gewervelde dieren; wie amfibieën en reptielen uit elkaar wil houden, vindt de uitleg bij het verschil tussen reptiel en amfibie.
Veelgestelde vragen
Wat zijn ongewervelde dieren?
Ongewervelde dieren zijn alle dieren zonder wervelkolom. Ze hebben geen ruggengraat en geen inwendig skelet van bot. Insecten, spinnen, kreeften, slakken, wormen, kwallen en zeesterren zijn ongewervelde dieren.
Welke groepen ongewervelde dieren zijn er?
De grootste groepen zijn de geleedpotigen (insecten, spinachtigen, kreeftachtigen, duizendpoten), de weekdieren, de wormen, de neteldieren en de stekelhuidigen. Daarnaast zijn er onder meer de sponzen. Elke groep heeft een eigen bouwplan.
Hoeveel diersoorten zijn ongewerveld?
Het overgrote deel van alle bekende diersoorten is ongewerveld. Alleen al de insecten zijn goed voor meer dan de helft van alle beschreven diersoorten. De gewervelde dieren vormen maar een klein deel.
Wat is een uitwendig skelet?
Een uitwendig skelet is een harde laag aan de buitenkant van het lichaam, zoals het pantser van een kever of een krab. Het bestaat vooral uit chitine en beschermt het dier. Omdat het niet meegroeit, moet het dier af en toe vervellen.
Is een spin een insect?
Nee. Een spin heeft acht poten en twee lichaamsdelen, een insect heeft zes poten en drie lichaamsdelen. Spinnen hebben ook geen voelsprieten en geen vleugels. Spinnen horen bij de spinachtigen, samen met teken, mijten en schorpioenen.
Is een slak een ongewerveld dier?
Ja, een slak is een weekdier en heeft geen wervels. Veel slakken hebben een schelp van kalk, die ze zelf maken en die met hen meegroeit. Naaktslakken hebben geen of alleen een klein inwendig restje schelp.
Is een pissebed een insect?
Nee, een pissebed is een kreeftachtige die op het land leeft. Ze heeft veertien poten en ademt met kieuwachtige organen, en daarom zoekt ze vochtige plekken op, onder stenen en hout.
Heeft een kwal een skelet?
Nee. Een kwal bestaat grotendeels uit water en een geleiachtige laag, en wordt door het water gedragen. Kwallen zijn neteldieren: ze hebben netelcellen in hun tentakels waarmee ze prooi verlammen.
Waarom zijn insecten zo klein?
Het uitwendige skelet wordt bij een groter lichaam naar verhouding erg zwaar, en insecten ademen via dunne buisjes, tracheeën, die de zuurstof alleen over korte afstanden goed verspreiden. Dat beperkt hoe groot ze kunnen worden.
Is een octopus een ongewerveld dier?
Ja, een octopus is een weekdier, net als slakken en mossels. Hij hoort bij de inktvissen of koppotigen. Hij heeft geen skelet, grote ogen en een goed ontwikkeld zenuwstelsel, en kan zich door heel kleine openingen persen.
