
Muis - leeuw - koe
Op deze pagina worden drie gespecialiseerde groepen zoogdieren met
elkaar vergeleken. Voor de knaagdieren wordt de muis als voorbeeld
genomen, voor de roofdieren de leeuw en voor de hoefdieren de koe.
Gedrag
De muis
We
lopen in het bos en ineens horen we wat geritsel tussen de bladeren,
dat heel snel weer ophoudt. We zien niets. Of we gaan naar de stal en
horen wat geschuifel of we gaan naar een rommelige zolder en ook daar
horen we iets wegschieten, maar weer zien we niets. Maar als we
wachten en stil zijn, zien we soms een muis die rondscharrelt en van
een bes eet.
Hiermee zijn muizen al aardig gekarakteriseerd, we
horen het geluid van iets dat wegschiet, maar we zien ze zelden. Wel
vinden we sporen: vraatsporen, keutels en de geur van de
urine.
Muizen zijn schichtige dieren, die bij verstoring
onmiddellijk wegduiken naar een veilige schuilplek, veelal ergens
onder, een holletje zijn onder de grond of onder de vloer.
Wanneer
we het gedrag van een muis willen zien, dan moeten we onze toevlucht
nemen tot een gevangen muis in een kooi. We zien dan een druk, actief
dier dat steeds iets anders doet. Ze zijn voortdurend bezig,
besnuffelen van alles en raken alles aan. Aangeboden speeltjes als
draaimolens gebruiken ze korte tijd om daarna weer iets anders te
doen. Ze eten meerdere keren per dag, waarbij opvalt dat ze hun
voorpoten gebruiken en soms het voedsel meenemen om het ergens anders
op te eten. Als we een onverwachte beweging maken, reageert het
diertje schrikachtig. Soms zien we het dier niet, omdat het dan
slaapt in zijn holletje. Ze slapen niet lang achter elkaar, maar wel
vaak.
Samengevat zijn muizen zenuwachtige, gevoelige en licht
verstoorbare dieren. Indrukken uit de omgeving leiden tot heftige,
veelal schrikachtige reacties. Ze nemen veel waar en zijn met de
zintuigen sterk naar buiten gericht.
grazende koeien
gehoornde
runderen
De
leeuw
De
leeuw wordt de koning der dieren genoemd. Door luid te brullen, dat
tot 16 km ver is te horen, maken ze hun heerschappij
duidelijk.
Leeuwen leven in troepen van enkele mannetjes, enkele
vrouwtjes en jongere dieren. Ze kunnen urenlang genietend in de zon
of in de schaduw van een boom liggen luieren en slapen, de koppen en
lichamen tegen elkaar aan en lui tegen en over elkaar hangend. Ze
wrijven de koppen eens tegen elkaar en raken elkaar
‘liefdevol’
aan. Ze kunnen zo wel 20 uur per dag liggen en zijn dan volledig
ontspannen. Welpen spelen met elkaar, een vreedzaam
tafereel.
Plotseling kunnen enkele vrouwtjes dan een kudde
prooidieren ontwaren. Ze beginnen met de jacht en kunnen een groep
dieren (zebra’s, gnoes of andere hoefdieren) wel een uur lang
in
eendrachtige samenwerking achtervolgen en besluipen tot ze kans zien
een dier van de kudde af te zonderen. Lukt dat, dan drukken sommige
dieren zich in de vegetatie om de slotaanval vanuit verrassing in te
zetten. Vanaf maximaal 30 meter wordt tenslotte de prooi van achteren
of van opzij besprongen. Met de hoektanden worden luchtpijp of
ruggenmerg en halsslagaders doorgebeten. Nadat de prooi is geveld,
komen de mannetjes dichterbij en gaan als eerste eten. Grote brokken
vlees van de prooi worden snel naar binnen gewerkt. De vrouwtjes
moeten wachten tot zij klaar zijn, anders worden ze grommend
weggejaagd. Na de vrouwtjes zijn de jongen aan de beurt. Bij de
maaltijd is er veel onderlinge agressie. Na het eten gaan alle dieren
naar een plas om een grote hoeveelheid water te drinken en daarna
leggen ze zich ergens vreedzaam neer.
In de troep heerst weinig
onderlinge strijd, binnen de groepen mannetjes en wijfjes heerst geen
rangorde. Strijd ontbrandt eerst wanneer jonge mannetjes die
jarenlang in aparte groepen leven, de heerschappij in de troep willen
overnemen. De jonge mannetjes proberen dan op gewelddadige wijze de
heersende mannetjes te verdrijven. Het gaat er dan hard aan toe.
Wanneer ze de oude mannetjes hebben verdreven, moeten ze de vrouwtjes
aan zich onderwerpen, ook dat gaat met agressie gepaard. Daarna doden
ze soms alle jonge dieren en dekken de vrouwtjes. Dan pas zijn ze
echt de baas.
We zien een afwisseling van rustig liggen en
beweging tijdens de jacht en van vreedzaam samenleven en agressie.
Vrede in de dagelijkse gang van zaken, agressie bij de strijd.
leeuwen
- overzicht
leeuwen
op jacht en bij de maaltijd
De
koe
Wanneer
we in de winter ’s morgens vroeg in een stal komen, staan
alle
koeien rustig te vreten of te herkauwen. Vanuit hun bek stijgt wat
damp op en alleen het zachte geluid van het kauwen is hoorbaar.
Sommige dieren kijken rustig naar je door de kop licht te heffen, ze
reageren niet of nauwelijks. De ogen lijken niet helder naar buiten
te kijken, maar lijken eerder dof naar binnen gericht. Ze gaan gewoon
door met datgene waarmee ze bezig waren. De uiterlijke rust gaat
gepaard met een grote spijsverteringsactiviteit.
In de zomer
kunnen we de kudde in de wei zien, ook daar reageren ze nauwelijks op
onze nadering en we zien dat de dieren lopend grazen of liggen te
herkauwen. Slapend treffen we de dieren zelden aan. Per dag grazen ze
8 – 10 uur en evenveel tijd gebruiken ze om te
herkauwen.
Vergeleken met de andere twee dieren is er bij dit
kuddedier niet veel activiteit. Er is niet veel interactie, behalve
dan de voortdurende kleine dreigingen en schermutselingen om de
rangorde te bepalen en te bevestigen. Koeien besteden ongeveer 1 uur
per dag aan sociaal gedrag. Ze likken bijvoorbeeld elkaars huid. Om
de rangorde te bevestigen dreigen de dieren elkaar en dieren die laag
in rang staan, gaan opzij voor dieren die hoger in rang
staan.
Runderen zijn rustige, ingetogen dieren die veel tijd
besteden aan voederen en aan het verteren van het
voedsel.
huismuis - overzicht
etende huismuis
Vergelijking
De
muis is met zijn zintuigen sterk naar buiten gericht: de
lichtste verstoring wordt
opgemerkt en levert een sterke reactie op. Reacties zijn veelal
vluchtgedrag, ze verstoppen zich onder de grond in een holletje,
waar ze ook slapen. Ze leven geheel in de omgeving en kunnen zich
daar alleen van afsluiten door onder de grond te gaan.
De
leeuw leeft in de afwisseling van rusten en jagen, van
vrede en
agressie. Er is afwisseling van spanning en ontspanning bij de
achtervolging en de aanval: de gespannen ontspanning in de hinderlaag
en het krachtig samentrekken van spieren in de slotaanval.
Samenvattend: een voortdurend spel van uit
het evenwicht vallen
en weer in
het evenwicht komen
(Steiner, in GA 230).
Bij de koe
is de waarneming meer naar
binnen dan naar buiten gericht. Het dier is een groot deel van de dag
bezig met vreten, herkauwen en het verteren van het voedsel.
Waarnemen van de omgeving en daarop reageren (de speekselklieren in
de kop zijn groter dan de hersenen) en gevoel (runderen hebben
nauwelijks gezichtsexpressie) zijn veel minder
ontwikkeld.
Lichaamskenmerken
Lichaamsbouw
Muizen
zijn kleine dieren met een lange staart. Ze wegen 20 – 50
gram en
het lichaam is zonder staart 7 - 10 cm lang, de staart is circa 7 cm.
Opvallend is dat het lichaam op de staart na een geheel is, de kop
gaat van de buitenkant gezien schijnbaar zonder hals over in de romp
en ook de poten gaan op in de romp.
De lichaamshouding is gedrukt
en het lichaam raakt in rust met de buik de grond aan, dat geldt ook
voor de lange, behaarde staart. De rug staat bol, de ruggegraad loopt
bij de muis erg bol en het lichaam is aan de achterzijde hoger
gebouwd dan aan de voorzijde.
Leeuwen
hebben een middelgroot,
120 -200 kg zwaar, soepel, beweeglijk lichaam met een lange staart.
Ze maken vloeiende bewegingen en kunnen de rug krommen. De kop, die
veel uitdrukkingsmogelijkheden heeft, staat met een hals op de romp
en steekt boven de ruglijn uit. De voorhand is bij de mannetjes, ook
door de manen, zwaarder gebouwd dan het achterlijf, bij de vrouwtjes
is dat nauwelijks het geval. De staart is vrij lang. Het lichaam
raakt de grond niet.
Koeien
zijn vrij grote, tot 1,80 m hoge
dieren met een massief, 650 kg zwaar lichaam. Ze staan hoog op hun
poten, de romp zit ver boven de grond. De romp domineert. De kop zit
met een enigszins slanke hals aan de romp en komt een beetje boven de
ruglijn uit. Op de kop staan op het voorhoofd twee gebogen hoorns. De
stier is door de schoft aan de voorkant zwaarder gebouwd. De koe is
meer in evenwicht, de schoft ontbreekt en achteraan zit het
uier.
Kleur
van de vacht
De
vacht van muizen
is aan de bovenzijde bruin-grijs en aan de onderkant
grijs-wit.
Leeuwen
zijn lichtbruin, egaal gekleurd. De
mannetjes hebben donkerbruin gekleurde manen. Aan het eind van de
staart zit een zwart kwastje. De welpen zijn licht-bruin gevlekt, aan
de onderzijde en de poten blijven de vlekken lang
zichtbaar.
Runderen
zijn van oorsprong donkerbruine tot zwart
gekleurde dieren met een lichter gekleurde aalstreep over de rug.
Rond de bek is er een witte of licht gekleurde ring. De meest
gangbare Nederlandse rassen zijn zwart-wit of roodbruin-wit
gevlekt.
Zintuigen
De
grote ogen van de muis
vallen als eerste op en verder hebben muizen
grote oorschelpen en lange tastharen bij de bek. Deze tastharen nemen
de lichtste trilling van de lucht al waar. Op de poten en het lichaam
zitten veel tastlichaampjes, ook de staart is gevoelig. Ondanks de
grote ogen zien ze niet zo goed, de oriëntatie gaat toch
veelal via
de reuk.
Leeuwen
kunnen goed bewegende dingen zien, ook in het
donker. Ze horen goed en hebben een voortreffelijke reuk.
Runderen
kunnen goed zien. Ook op grote afstand kunnen ze dingen of personen
herkennen. Ze zien ook kleuren. Horen, ruiken en proeven gaat
goed.
Hart
en longen
Hartslag
en ademhaling van de muis
zijn snel: ademhaling 160 x per minuut,
hartslag 450 x per minuut.
Leeuwen
hebben een relatief groot
hart en grote longen. Ten opzichte van het lichaamsgewicht zijn ze 3x
zo groot als bij een rund en een paard.
Ledematen
Bij
de muis
zijn de achterpoten sterker ontwikkeld dan de voorpoten. Ze
staan soms op de achterpoten en gebruiken de voorpoten als handen om
voedsel vast te houden. Ze lopen op het voorste deel van de voet.
De
ledematen van de leeuw
zijn middellang. Ze lopen op kussens van de
vijf tenen (teenganger). De ledematen zin soepel. Ze lopen met een
lenige, verende, soepele tred. Ze hebben veel spiermassa rond het
skelet. Een leeuw bestaat maar voor 13% uit bot (paard: 20%).
De
poten van de koe zijn
lang en met name geldt dat voor de uiterste
delen van de poten: de tenen zijn extra lang. Ze lopen op de hoeven,
dat wil zeggen de nagels van twee tenen. Dat wat van de ledematen
zichtbaar is zijn de onderarmen/benen en de vingers en tenen, de
bovenbenen/armen zijn in het lichaam opgenomen. De tred is enigszins
stijf en ze rennen moeizaam.
Voortplanting
Na
een draagtijd van 3 weken bij de muis
worden gemiddeld 10-12 naakte,
blinde jongen geboren, die na 20 dagen al zelfstandig zijn. De jongen
worden in een hol ter wereld gebracht. Er worden meerdere nesten
jongen per jaar geworpen.
De leeuwin
zoekt voor het werpen van
de jongen een geschikte plaats uit de buurt van de troep, die
bescherming biedt tegen vocht,
zonlicht en tocht. Na een draagtijd van 110 dagen worden 2 –
4
gevlekte en blinde welpen geboren. De ogen gaan na 1 week
open. Als de welpen kunnen lopen, kunnen er families worden gevormd van
enkele leeuwinnen met hun jongen. Na 8 weken gaan moeder en welpen
terug naar de troep.
Bij koeien
wordt er na een
draagtijd van 9 maanden 1 kalf geboren, dat direct kan lopen. In het
wild wordt er op een afgelegen plaats een nest gemaakt waar het kalf
enkele dagen blijft liggen. De koe gaat er enkele keren per dag heen
om het kalf te zogen.
Voedsel
Muizen
eten zaden en noten: hoogwaardig voedsel met een hoge concentratie
zetmeel of vet. Het voedsel wordt soms meegenomen om elders op te
eten. Ook worden er voedselvoorraden aangelegd.
Leeuwen
eten
tot 30 kg vlees per keer van grote prooidieren. Ook aas en kleinere
hoefdieren worden gegeten.
Koeien eten
gras en kruiden door de
tong om een polletje gras heen te slaan en het los te trekken. Ze
eten alleen lang gras en kunnen geen kort gras afbijten, zoals
paarden. Gras is een laagwaardig, moeilijk af te breken, energiearm
voedsel. Koeien eten tot 50 kg vers product per dag en ze drinken tot
100 l water per dag.
Spijsvertering
De
muis heeft een relatief grote maag en een kort
maag-darmkanaal van 8
x de lichaamslengte. De blinde darm is groot. De speekselklieren zijn
relatief groot, wat met het droge voer te maken heeft. Ze produceren
droge keutels, die (afgezien van de hoeveelheid) nauwelijks bruikbaar
zijn als mest.
Leeuwen
hebben een kort spijsverteringskanaal
van slechts 7 meter of 4 x de lichaamslengte. Het verteren van vlees
vraagt een krachtige spijsvertering met sterke maagsappen, maar de
vertering gaat snel en het voedsel kan snel worden opgenomen. De mest
stinkt en heeft weinig bemestende waarde.
Het moeilijk
verteerbare voedsel van de koe
gaat naar eerst de pens, waar het
enige uren wordt verteerd door micro-organismen, met name
wimperdiertjes. Daarna wordt het naar de bek omhoog gestulpt om
herkauwd te worden en gaat het weer terug naar de pens. Pas als het
voldoende is afgebroken wordt het in porties doorgelaten naar de
netmaag.
Het spijsverteringskanaal is 50-60 m lang, 25 x de lengte
van het dier. De koe heeft vier magen, de pens, de netmaag, boekmaag
en lebmaag. De lebmaag komt overeen met onze maag en de andere drie
magen zijn uitgroeisels van de slokdarm. De mest is enigszins vochtig
en vruchtbaar.
Gebit
Het
gebit van de muis
wordt gedomineerd door vier lange, beitelvormige
snijtanden, die afslijten bij het “knagen” en
voortdurend
aangroeien. Hoektanden ontbreken, de plooikiezen zijn groot en hebben
dwarse groeven. De kauwbeweging is voor – achter.
In het
gebit van de leeuw domineren
lange hoektanden. De snijtanden zijn
klein en de knipkiezen hebben een spitse punt en neigen naar de vorm
van hoektanden. De bijt- en kauwbeweging is loodrecht op elkaar, het
vlees wordt afgescheurd.
In het gebit van de koe
domineren
grote plooikiezen, waarin de plooien in de lengterichting staan.
Hoektanden en de snijtanden in de bovenkaak ontbreken. De
kauwbeweging is zijwaarts.
| kenmerk |
muis |
leeuw |
koe |
| hersenen |
3,2 ‰
|
0,2 ‰
|
0,07 ‰
|
| longen |
1,7 ‰
|
2,1 ‰
|
0,7 ‰
|
| hart |
6,5 ‰
|
5,4 ‰
|
4,3 - 5 ‰
|
| darmlengte |
8 x |
4 x |
25 x |
| skelet |
8 % |
13 % |
18 % |
Enkele
gegevens
van muis, leeuw en koe (in % of ‰ van het lichaamsgewicht,
bij darm
lengte t.o.v. de lichaamslengte)
Karakteristiek
De
muis
Muizen
hebben grote zintuigen en relatief grote hersenen. Ze doen steeds
iets anders en alles maar kort, ook slapen doen ze in verschillende
keren kort op een dag. Hart en longen gaan snel. Het dier trilt en
voelt zenuwachtig. Muizen leven vanuit hun zenuwen. Het
zenuw-zintuigstelsel heeft het gehele lichaam doordrongen.
De
blinde darm is belangrijk voor de vertering van het voedsel. In het
gebit domineren de snijtanden. Muizen slaan voedsel niet in zichzelf
op door vet te vormen, maar ze leggen buiten zich voorraden aan.
De
leeuw
De
leeuw heeft relatief grote longen en een goed ontwikkeld hart. Ze
gaan speels en liefdevol met elkaar om en gedragen zich op andere
momenten agressief tegenover elkaar gedragen. De gelaatsexpressie in
het middengebied van het gezicht speelt een belangrijke rol bij de
sociale omgang. Het is een dier dat vanuit het gevoel opereert.
In
het gebit domineren de hoektanden. Het voedsel wordt snel verteerd en
vormt geen belasting voor het lichaam (zoals bij de koe, die het
slecht verteerbare voedsel herkauwt). Ook het waarnemen vormt geen
belasting (zoals bij de muis, die op iedere prikkel reageert). Bij de
koe wordt de bloedcirculatie zwaar, bij de muis wordt (evenals bij
vogels) de ademhaling nerveus (zie Steiner, GA 230). Bij de leeuw
bestaat er evenwicht tussen ademhaling en bloedcirculatie.
Ademhalingsfrequentie en het ritme van de hartslag houden elkaar in
evenwicht, zijn harmonieus.
De
koe
De
koe heeft een lang darmkanaal en is volledig gericht op de
spijsvertering. De stofwisseling bevindt zich door het herkauwen en
de vanuit de slokdarm gevormde pens voor in het lichaam. Bij de muis
achterin (de blinde darm), bij de leeuw in het midden (de maag). In
het gebit domineren de kiezen.
Runderen nemen veel laagwaardig
voedsel op, waarmee ze een groot lichaam opbouwen. Om de cellulose om
te zetten in melk en vlees is veel kracht in de spijsvertering nodig.
Het dier verbindt zich intensief met de stoffen en krachten van de
aarde. Runderen stoppen veel doorzettingsvermogen of een sterke wil
in hun spijsvertering. De ledematen zijn lang en gespecialiseerd,
door de reductie van het aantal stralen van de hand en voet. Het
aandeel van het skelet in het gewicht is aanzienlijk.
Deze dieren als
huisdieren
Met dieren uit de drie groepen heeft de mens een verschillende relatie.
Hond en kat zijn huisdieren, dieren die in huis komen en waar mensen
van houden. Koe, paard, geit en varken worden ook als huisdier
gehouden, maar in de stal. Het zijn landbouwhuisdieren, die
voornamelijk nuttig zijn. Muizen en ratten worden als huisdier
in een kooitje gehouden, maar mensen hebben er ook last van, het zijn
dieren die ongewenst het huis binnen komen.
- Knaagdieren zijn dieren die schade veroorzaken
- Roofdieren zijn dieren die in huis komen en waar de
mens van houdt
- Hoefdieren zijn dieren die in de stal komen en voor
de mens nuttig zijn
Conclusies
- De muis leeft in de
buitenwereld, heeft over het hele lichaam zintuigen, neemt veel waar,
reageert daar heftig op en kan zich er moeilijk voor afsluiten. De
nadruk ligt op het waarnemen en het zenuw-zintuigstelsel, ofwel het is
een zenuw-zintuigdier of denkdier.
- De leeuw leeft in de
afwisseling van rust en agressie. Het dier leeft vanuit het ritme en
het hart-longstelsel heeft zich sterk ontwikkeld. Het is een
hart-longdier of gevoelsdier. Het ritme komt ook tot uiting in de
vlekken van de vacht van de welpen.
- De koe leeft in de
krachtige spijsvertering en stofopbouw en heeft de ledematen
gespecialiseerd. Het stofwisseling-ledematenstelsel is goed ontwikkeld
en het is een stofwisseling-ledematendier of wilsdier.
- Het zenuw-zintuigdier is
het kleinste dier. Zenuwactiviteit en naar buiten gericht zijn vragen
veel energie, het hoogwaardige voedsel wordt snel in activiteit omgezet.
- Het
stofwisseling-ledematendier is het grootste dier. Het laagwaardige
voedsel wordt omgezet in lichaamsmassa. Het dier is niet erg wakker en
ingekeerd, het voedsel wordt voor lichaamsopbouw gebruikt.
- Het hart-longdier neemt
tussen beide een tussenpositie in.
| eigenschap |
muis |
leeuw |
koe |
| gedrag |
schrikachtig, nerveus
|
rust en agressie
|
rustig, ingekeerd
|
| lichaamsgrootte |
klein |
middel |
groot |
| lichaamskenmerken |
rond, geen hals, bij
de grond |
soepel |
stijf, lang, lange
poten, ver van
de grond |
| kleur |
lichtbruin, lichte
onderzijde |
bruin, jongen gevlekt
|
donker, egaal,
lichte
aalstreep |
| zintuigen |
tast, overal
zintuigen |
reuk, zicht en gehoor
|
reuk, smaak
|
| hart en longen |
snelle hartslag en
ademhaling |
groot hart en grote
longen |
relatief klein
|
| spijsverteringskanaal |
eenvoudig, grote
blinde darm |
kort, maag is
belangrijk |
lang, vier magen,
pens, herkauwen |
| lengte t.o.v. lichaam |
8 x |
4 x |
25 x |
| voedsel |
hoogwaardig,
plantaardig |
dierlijk
|
laagwaardig,
plantaardig |
| mest |
droge keutels
|
stinkend
|
vochtig, vruchtbaar
|
| gebit (nadruk) |
snijtanden
|
hoektanden
|
kiezen |
| kauwrichting |
voor-achter
|
op en neer
|
zijwaarts
|
| ledematen |
kort |
soepel |
extra lang
|
| loopt |
op voorvoet
|
op de bal van de voet
|
op twee nagels van
tenen (hoeven) |
| jongen |
naakt en blind,
ondergronds |
behaard, blind,
in nest |
behaard en ziend
|
| karakteristiek 1 |
zenuw-zintuigdier
|
hart-longdier
|
stofwisseling-ledematendier
|
| karakteristiek 2 |
denkdier
|
gevoelsdier
|
wilsdier
|
Eigenschappen
van muis, leeuw en koe
Polariteit
van functioneel stelsel en zwaartepunt lichaam
Er
bestaat een polariteit tussen de activiteitenpool en het zwaartepunt
van het lichaam. Bij de muis ligt de nadruk op het
zenuw-zintuigachtige. Het hele lichaam staat in dienst van dit
functionele stelsel. Het centrum van dit stelsel zetelt in het hoofd,
het zwaartepunt van het lichaam ligt juist achteraan, waar het dier
hoger is gebouwd en bij de lange staart.
Bij de koe
en nog meer bij de stier is het lichaam vooraan zwaarder en zit de
meeste activiteit in het achterlichaam, waar het
stofwisseling-ledematengebied zetelt.
De leeuw neemt een
middenpositie in. Het lichaam is meer uitgebalanceerd, voor- noch
achterpool is vergroot.
|

Veldmuis: witte onderkant

Mannetje leeuw met donkere manen

Een leeuwin

Koe met hoorns

Oerrund: donker met een lichte aalstreep

Huismuis: achteraan hoger en nauwelijks een nek zichtbaar

Een gevlekte welp

Huismuis: grote ogen en oren

De twee hoeven van een koe

Huismuis met zijn plantaardige voedsel

Leeuwen eten van een zebra

Schedels en gebitten van een knaagdier (eekhoorn), roofdier (kat) en
hoefdier (koe)

Leeuwen op jacht

Een groep rustende leeuwinnen

Een leeuwin op jacht

Skelet van een huismuis, loopt op de voorvoeten

Skelet van een leeuw, loopt op de tenen

Skelet van een koe, loopt op hoeven
Foto's van het internet, afbeelding gebitten uit Rohen, skeletten uit
Kranich
|